ECLI:NL:RBZWB:2026:63
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake verwijdering leerling door Raad van Bestuur
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster, die in beroep gaat tegen de beslissing van de Raad van Bestuur van Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs. Deze beslissing, genomen op 24 november 2025, betreft de verwijdering van verzoeksters dochter als leerling van een bepaalde school. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat verzoekster het verschuldigde griffierecht van € 194,- niet tijdig heeft betaald. De griffier had verzoekster per aangetekende brief op 2 december 2025 in de gelegenheid gesteld om het griffierecht binnen twee weken te voldoen. De brief werd op 4 december 2025 bezorgd, maar verzoekster heeft geen tijdige betaling gedaan en heeft ook geen verontschuldiging voor dit verzuim gegeven. Hierdoor verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 9 januari 2026 en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.