Uitspraak
datum : 6 juli 2026
beschikking op een verzoek tot machtiging
[verzoekster] ,
[betrokkene] ,
procedure
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 5 maart 2026;
- de aanvullende informatie, ontvangen op 13 maart 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster, tevens bewindvoerder en moeder van betrokkene, verzocht om machtiging voor een belastingvrije schenking van €2.769 uit het vermogen van betrokkene aan zichzelf. Het verzoek werd mondeling behandeld op 22 juni 2026. Verzoekster wilde het bedrag gebruiken voor beglazing van haar balkon en was in de veronderstelling dat betrokkene jaarlijks aan haar mocht schenken zolang zijn vermogen boven €35.000 bleef.
Betrokkene is wilsonbekwaam en niet in staat toestemming te geven voor de schenking. In 2024 en 2025 had verzoekster reeds toestemming gekregen voor soortgelijke belastingvrije schenkingen. De kantonrechter oordeelde dat een schenkingstraditie vereist is om een dergelijk verzoek toe te wijzen indien betrokkene wilsonbekwaam is. Omdat betrokkene voor de instelling van het bewind niet in staat was om te schenken, is er geen schenkingstraditie ontstaan.
De eerdere machtigingen in 2024 en 2025 betroffen eenmalige schenkingen en vormen geen precedent. De kantonrechter benadrukte dat het vermogen van betrokkene wel gebruikt kan worden voor zijn welzijn, bijvoorbeeld voor uitstapjes met begeleiding. Het verzoek tot schenking in 2026 werd daarom afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, uitsluitend via een advocaat.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging van de belastingvrije schenking aan de moeder wordt afgewezen wegens het ontbreken van een schenkingstraditie.