ECLI:NL:RBZWB:2026:6233

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
12013041 CV EXPL 25-6452 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Tilman-Knoester
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 6:96 BWArt. 7:58 BWArt. 3:37 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Deels vernietiging koopovereenkomst wegens schending informatieverplichtingen en afwijzing incassokosten

Alektum Capital II AG vordert betaling van een bedrag van €163,01 van [gedaagde] uit hoofde van een koopovereenkomst met achteraf betalen via de rechtsvoorgangster van Alektum. [gedaagde] erkent de koopovereenkomst en een deel van de hoofdsom, maar betwist de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

De kantonrechter oordeelt dat de verkoper niet heeft voldaan aan de precontractuele informatieverplichtingen zoals voorgeschreven in artikel 6:230m BW, met name inzake het expliciete akkoord op de algemene voorwaarden. Hierdoor wordt de koopovereenkomst voor 20% vernietigd, waardoor €79,98 wordt toegewezen in plaats van het volledige bedrag.

Verder wordt vastgesteld dat de kredietovereenkomst niet valt onder de consumentenkredietwetgeving vanwege een uitzondering in artikel 7:58 lid 2 onder Pro e BW, omdat de kredietverstrekker geen economisch voordeel haalt uit de rente en incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat Alektum niet heeft bewezen dat de aanmaningsbrief daadwerkelijk is ontvangen door [gedaagde].

De proceskosten worden gecompenseerd omdat Alektum nodeloos kosten heeft gemaakt door geen duidelijke sommatiebrief te sturen voorafgaand aan de dagvaarding. Het vonnis veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €79,98 plus wettelijke rente en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De koopovereenkomst wordt voor 20% vernietigd, incassokosten worden afgewezen en proceskosten gecompenseerd.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12013041 \ CV EXPL 25-6452
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL II AG,
te Zug ( Zwitserland ),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum ,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de akte van Alektum met 1 productie;
- de antwoordakte van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
Alektum stelt dat [gedaagde] een bestelling heeft geplaatst bij de webshop van de verkoper. Bij die bestelling heeft zij gekozen voor achteraf betalen via de rechtsvoorgangster van Alektum . De rechtsvoorgangster heeft haar vordering gecedeerd aan Alektum . [gedaagde] betwist niet dat zij de overeenkomst met de verkoper heeft gesloten en zij op grond daarvan de koopsom aan Alektum verschuldigd is. Wel maakt [gedaagde] bezwaar tegen de medegevorderde (proces) kosten.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] wel een groot gedeelte van de hoofdsom, maar niet de medegevorderde kosten aan Alektum verschuldigd is. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.

3.Het geschil

3.1.
Alektum vordert -samengevat- veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 163,01, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Alektum legt aan haar vordering -samengevat- het volgende ten grondslag.
Tussen [gedaagde] en een webwinkel, de verkoper, is een koopovereenkomst gesloten. De webwinkel heeft daarbij voldaan aan de precontractuele
en contractuele informatieverplichtingen van artikel 6:230m en volgende van het Burgerlijk Wetboek (BW). [gedaagde] heeft bij het afrekenen gekozen voor de optie achteraf betalen via (de rechtsvoorgangster van) Alektum . Vervolgens is de vordering uit hoofde van de koopovereenkomst overgegaan op (de rechtsvoorgangster van) Alektum , de kredietverstrekker.
3.3.
[gedaagde] erkent in haar verweer dat zij met de verkoper een koopovereenkomst heeft gesloten op grond waarvan zij een bedrag van € 99,98 verschuldigd is. Wel maakt [gedaagde] bezwaar tegen de medegevorderde buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. [gedaagde] stelt daartoe dat zij nooit post van Alektum heeft gekregen en dat het e-mailadres die zij bij de bestelling heeft gebruikt al vijf jaar niet meer in gebruik is.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bevoegdheid van de Nederlandse rechter en het toepasselijk recht
4.1.
Alektum is een rechtspersoon naar buitenlands recht. Daarom moet allereerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter wel bevoegd is van de vordering kennis te nemen. Dat is zo. [gedaagde] woont namelijk in Nederland en is een consument. Verder overweegt de kantonrechter dat op de vordering het Nederlands recht van toepassing is.
De rechtsverhouding tussen de verkoper en [gedaagde]
4.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de essentiële wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen van de artikelen 6:230m lid 1 onder a, b, c, e, f, g, h, o en p en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze verplichtingen is voldaan, dient gemotiveerd te worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
4.3.
De informatie genoemd in artikel 6:230m BW dient op duidelijke en begrijpelijke wijze door de handelaar aan de consument te worden verstrekt. Als daarbij precontractuele informatie in de algemene voorwaarden wordt opgenomen, moet worden voldaan aan de eisen die zijn genoemd in het Tiketa-arrest (HvJ EU 24 februari 2022, ECLI:EU:C:2022:112).
4.4.
Ten aanzien van de verplichting om als handelaar de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze te informeren ten aanzien van het recht op ontbinding/herroeping (artikel 6:230m lid 1 onder h BW) verwijst eiseres naar de printscreens van het bestelproces en de algemene voorwaarden van de handelaar. Met de vermelding van voornoemde informatie in de algemene voorwaarden van de handelaar is niet voldaan aan de voornoemde precontractuele informatieverplichting. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt. In het bestelproces is vereist dat de consument door middel van het aanvinken van een daartoe bestemd vakje expliciet zijn akkoord kan geven ten aanzien van de door de handelaar gehanteerde algemene voorwaarden vóór het sluiten van de overeenkomst. Met de werkwijze van de handelaar zoals blijkt uit de overgelegde printscreens wordt aan dat vereiste niet voldaan.
4.5.
Ook voor wat betreft de contractuele informatieverplichting heeft Alektum nagelaten (voldoende) te stellen of en hoe deze is nagekomen (artikel 6:230v lid 7 BW). Enkel is overgelegd de door Klarna gestuurde factuur, maar dit stuk bevat niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie.
4.6.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Hoge Raad moet de kantonrechter aan een schending van de informatieverplichtingen gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. De kantonrechter is van oordeel dat het passend is de koopovereenkomst voor 20% te vernietigen, zodat de koopsom met voornoemd percentage wordt verminderd. Er zal dan ook een bedrag van (€ 99,98 * 0,8=) € 79,98 aan hoofdsom worden toegewezen.
De rechtsverhouding tussen de kredietverstrekker en [gedaagde]
4.7.
[gedaagde] heeft één of meer zaken gekocht in een webwinkel. Bij deze aankoop heeft [gedaagde] gekozen voor betaling achteraf aan (de rechtsvoorgangster van) Alektum . Kort na het sluiten van deze koopovereenkomst krijgt (de rechtsvoorgangster van) Alektum de vordering van verkoper (ruim) binnen de termijn waarin [gedaagde] de gelegenheid krijgt de koopprijs te betalen overgedragen. Dit uitstel van betaling is een vorm van kredietverstrekking. Dit betekent dat in beginsel sprake is van een consumentenkredietovereenkomst, waarop Titel 2A van Boek 7 BW van toepassing is. Op zo’n kredietovereenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing.
4.8.
In artikel 7:58 lid 2 BW Pro zijn een aantal uitzonderingen opgenomen waarop die consumentenbeschermende bepalingen niet van toepassing zijn. Voor die uitzonderingen wordt minder consumentenbescherming nodig geacht. In dit geval is het de vraag of de kredietovereenkomst valt onder de uitzonderingssituatie genoemd in artikel 7:58 lid 2 onder Pro e BW.
4.9.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in zijn arrest van 17 oktober 2024 (ECLI:EU:C:2024:895) geoordeeld dat kredietovereenkomsten zoals de in deze zaak gesloten kredietovereenkomst in beginsel onder de hiervoor genoemde uitzondering vallen. Dit kan anders zijn als de kredietverstrekker er, teneinde een economisch voordeel te verkrijgen, vanaf de sluiting van de kredietovereenkomst op anticipeert dat de consument de betalingsverplichting niet zal nakomen. Met andere woorden, in het geval de bedongen kosten (zoals de rente en buitengerechtelijke kosten) deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker.
4.10.
De kantonrechter heeft in een vonnis van 24 december 2025 (te vinden op www.rechtspraak.nl onder kenmerk 11449100 CV EXPL 24-4251), waarbij Coeo Securitisation Ltd (zijnde de rechtsopvolgster van Klarna) eisende partij was, geoordeeld dat voldoende is onderbouwd dat de bedongen rente en incassokosten geen deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker. In dit vonnis gaat zij daar ook vanuit. Als gevolg daarvan geldt de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder Pro e BW en moet dus worden geoordeeld dat het in deze procedure gesloten krediet géén consumentenkredietovereenkomst is als bedoeld in titel 2A van boek 7 BW. Dit betekent dat de consument beschermende bedingen uit die titel en de daarmee samenhangende bedingen niet van toepassing zijn.
Wettelijke rente
4.11.
Nu een deel van de hoofdsom wordt afgewezen is de wettelijke rente over een te hoog bedrag berekend. De kantonrechter zal de wettelijke rente dan ook toewijzen als in de beslissing vermeld.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.12.
Alektum vordert bij dagvaarding ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten.
4.13.
[gedaagde] stelt dat zij nooit van (de gemachtigde van) Alektum post heeft ontvangen over het achterstallig gebleven factuurbedrag.
4.14.
Op Alektum rust de stelplicht en de bewijslast dat aan de eisen van art. 6:96 lid 6 BW Pro is voldaan. Die stelplicht omvat dat en op welke dag de schuldenaar de veertiendagenbrief (op zijn laatst) heeft ontvangen. Alektum stelt dat de deurwaarder de brief op 23 december 2021 aan het adres waar [gedaagde] blijkens de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) staat ingeschreven heeft verzonden en deze brief uiterlijk op 28 december 2021 door [gedaagde] is ontvangen.
4.15.
Met toepassing van de zogenoemde ontvangsttheorie, zoals opgenomen in artikel 3:37 lid 3 BW Pro, heeft een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring alleen werking wanneer ook vast staat dat die verklaring de betrokken persoon ook daadwerkelijk heeft bereikt. Indien de ontvangst van de verklaring wordt betwist, dient de afzender feiten en omstandigheden te stellen -en zo nodig te bewijzen- waaruit volgt dat de verklaring door haar is verzonden naar een adres waarvan zij redelijkerwijs mocht aannemen dat de geadresseerde aldaar kon worden bereikt én dat de verklaring is aangekomen.
4.16.
[gedaagde] betwist niet dat het door (de gemachtigde van) Alektum gebruikte adres het adres is waar zij volgens de BRP woonachtig is. Wel betwist [gedaagde] dat die brief haar ook daadwerkelijk heeft bereikt.
4.17.
Het had op de weg van Alektum gelegen om bewijs aan te dragen voor haar stelling dat [gedaagde] de brief ook daadwerkelijk ontvangen heeft. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] dit heeft nagelaten. Gesteld noch gebleken is dat de brief door (de gemachtigde van) Alektum aangetekend (met handtekening retour) is verstuurd of dat op andere wijze kan worden vastgesteld dat [gedaagde] de brief daadwerkelijk heeft ontvangen.
4.18.
Nu niet voldaan is aan de vereisten van artikel 6:96 lid 6 BW Pro wijst de kantonrechter de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten af.
Proceskosten
4.19.
Als uitgangspunt heeft te gelden dat [gedaagde] als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten van Alektum dient de dragen. De kantonrechter heeft echter op grond van artikel 237 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering de bevoegdheid de kosten die nodeloos zijn aangewend of veroorzaakt voor rekening van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte te laten.
4.20.
De kantonrechter acht de stelling van [gedaagde] dat zij nimmer post van (de gemachtigde van) Alektum heeft ontvangen onvoldoende aannemelijk. Alektum heeft zowel bij dagvaarding als bij akte sommatiebrieven overgelegd die naar het BRP-adres van [gedaagde] zijn verzonden. De brieven dateren van 15 februari 2021, 17 maart 2021 en 23 december 2021.
4.21.
Alektum heeft [gedaagde] vervolgens op 26 november 2025 tegen de zitting van 17 december 2025 gedagvaard.
4.22.
Aan [gedaagde] kan weliswaar worden tegengeworpen dat zij niet op de (sommatie)brieven van Alektum heeft gereageerd, maar de gemachtigde van Alektum heeft in deze brieven ook niet gewaarschuwd dat indien zij niet zou betalen er een dagvaarding zou worden uitgebracht.
4.23.
De kantonrechter overweegt dat Alektum door de hiervoor genoemde handelwijze bij [gedaagde] de mogelijkheid heeft ontnomen om voorafgaand aan deze procedure de hoofdsom aan Alektum te voldoen.
4.24.
Zeker gezien het tijdsverloop tussen 23 december 2021 en 26 november 2025 lag het op de weg van (de gemachtigde van) Alektum om voorafgaand aan de dagvaarding nogmaals een sommatiebrief aan [gedaagde] te sturen, waarin duidelijk is vermeld welk bedrag [gedaagde] aan Alektum verschuldigd is, wanneer dit bedrag moet zijn voldaan en Alektum bij niet tijdige betaling tot dagvaarding zal overgaan.
4.25.
De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de proceskosten nodeloos door Alektum zijn gemaakt. De proceskosten zullen dan ook voor rekening worden gelaten van de partij die deze kosten heeft veroorzaakt. Dit betekent dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Alektum te betalen een bedrag van € 79,98, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vervaldatum van de factuur tot aan de dag van volledige betaling,
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.