ECLI:NL:RBZWB:2026:6176

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
02-342190-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens brandstichting met levensgevaar

Betrokkene is in 2022 veroordeeld tot tbs met verpleging van overheidswege wegens brandstichting met levensgevaar. De tbs is sindsdien meerdere malen verlengd. In 2026 heeft het openbaar ministerie een verzoek ingediend tot verlenging van de tbs met twee jaar, welke op zitting is behandeld.

De tbs-instelling en externe gedragsdeskundigen rapporteren dat betrokkene, een 35-jarige vrouw met een bipolaire I stoornis en zwakbegaafdheid, aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt, mede dankzij medicatie en behandeling. Desondanks blijft er een laag tot matig risico op recidive bestaan, vooral bij medicatiestaking of vermindering van begeleiding. Betrokkene is recent overgeplaatst naar een lager beveiligingsniveau om zelfstandigheid te toetsen.

De verdediging pleitte voor een verlenging van één jaar met een toetsmoment, terwijl de officier van justitie instemde met twee jaar. De rechtbank oordeelt dat de veiligheid van anderen en het recidivegevaar een verlenging van twee jaar rechtvaardigen. Een kortere termijn acht de rechtbank te vroeg.

De rechtbank besluit daarom de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen, waarbij verdere resocialisatie en onderzoek naar een passende vervolgplek worden nagestreefd.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar wegens aanhoudend recidivegevaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-342190-21
Beslissing van de meervoudige kamer van 9 juli 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) [kliniek] te [plaats]
hierna: betrokkene
raadsman mr. F.J.V.H. Stoffels, advocaat te Zevenbergen

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 17 juni 2022 is betrokkene wegens brandstichting, terwijl daarvan levensgevaar en gemeen gevaar voor goederen te duchten is, ontslagen van alle rechtsvervolging en veroordeeld tot tbs met verpleging van overheidswege (hierna: tbs). De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is aangevangen op 27 september 2022.
Bij beslissing van deze rechtbank van 25 juni 2024 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaren.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 13 mei 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met twee jaar. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 25 juni 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. P. Emmen, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door haar raadsman. Voorts is als deskundige gehoord de heer [deskundige] , GZ-psycholoog en regiebehandelaar bij [kliniek] .

3.Adviezen

3.1.
Advies instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 16 april 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar. De tbs-instelling heeft daartoe in het rapport het volgende aangevoerd.
Betrokkene is een 35-jarige zwakbegaafde vrouw en is sinds 27-09-2022 opgenomen binnen [kliniek] . Sinds haar twintigste levensjaar is er sprake van een bipolaire type I stoornis, wat zich kenmerkt door depressieve periodes waarin ze niets wil, nauwelijks eet en manische periodes, waarbij ze veel onderneemt, impulsief is, een toenemende mate in dynamieken met mannen komt en psychotisch kan decompenseren (opdracht gevende stemmen). Daarnaast is er sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel (onderzoek
2025), waarbij haar verbale begrip op laag begaafd niveau scoort, werkgeheugen op beneden gemiddeld niveau, vermogen tot perceptueel redeneren op licht verstandelijk niveau en haar verwerkingssnelheid op laagbegaafd niveau.
De behandeling binnen [kliniek] kenmerkt zich bij aanvang door beperkte behandelbereidheid waarbij er tegelijkertijd sprake is van medicatieontrouw. Sinds de start van een dwangbehandeling medicatie in april 2023 is het toestandsbeeld van betrokkene aanzienlijk verbeterd en wordt meer bereidheid gezien om behandeling te volgen. Ondanks haar andere visie op een aantal behandelthema’s (o.a. op de mate van ondersteuning die zij nodig heeft) werkt betrokkene naar vermogen samen met het behandelteam. Een belangrijk doel van betrokkene binnen de behandeling is op een correcte manier ondersteuning te vragen en ontvangen, en inzage te geven in haar gevoelsleven.
Op dit moment is openheid geven nog een belangrijk doel binnen de behandeling, waarbij betrokkene leert dat openheid geven niet zorgt voor afwijzing, maar dat dat juist zorgt voor de juiste ondersteuning. Het lukt haar nog niet altijd deze openheid te geven, maar wel beter dan voorheen. Wanneer er te veel spanningen zijn, blijft ze geneigd zich terug te trekken en is begeleiding nodig om haar op te zoeken en het gesprek aan te gaan, wat ze pas toelaat als er sprake is van vertrouwen. Hier is afgelopen jaren in geïnvesteerd. Daarnaast blijft ze geneigd zichzelf te overschatten, waar begeleiding ook ondersteuning in biedt zodat ze de juiste balans weet te houden (bijvoorbeeld binnen haar dagbestedingsprogramma).
Verslaving is geen directe risicofactor, maar betrokkene wordt vanwege impulsief recreatief middelengebruik in het verleden wel onderworpen aan urineonderzoeken. Alle urinecontroles zijn sinds juli 2024 negatief.
De begeleide verloven worden positief geëvalueerd, betrokkene houdt zich aan gemaakte afspraken. Echter wordt wel gezien dat betrokken ook hier externe sturing en structurering nodig heeft om zichzelf niet te overschatten en balans te blijven houden.
Betrokkene beschikt inmiddels over transmuraal verlof met onbegeleide
vrijheden en is onlangs (d.d. 4 maart 2026) overgeplaatst naar beveiligingsniveau 2 binnen [kliniek] ( [afdeling] ). Aldaar wordt de belastbaarheid en zelfstandigheid van betrokkene getoetst bij minder toezicht en structuur (o.a. met onbegeleid verlof op het GGzE-terrein). De verwachting is dat na een jaar de toets of betrokkene met minder beveiliging om kan en wat dit doet met haar zelfstandigheid/belastbaarheid, helder is
en het verdere resocialisatietraject kan worden ingezet (bijv. een uitgebreid onbegeleid verlofkader en onderzoek/aanmelding naar vervolgplek). De komende twee jaar wil de tbs-instelling gebruiken om de draagkracht en belastbaarheid van betrokkene verder te onderzoeken om zo invulling te geven aan een passende omgevingsprothese, waarbij uiteindelijk wordt toegewerkt naar een beschermende woonvorm met zorgmachtiging, die betrokkene behoedt voor recidive.
Er wordt ingeschat dat er momenteel met zorg een laag risico bestaat op recidive in delictgedrag. Wanneer betrokkene uit de zorg zou treden wordt het risico op een terugval
in brandstichting met gevaar voor leven en of gewelddadig gedrag als hoog ingeschat op korte termijn, omdat betrokkene snel overvraagd zou worden en haar eigen kunnen overschat, graag zelfstandig wil zijn, negatief beïnvloedbaar is en na enige periode wederom haar medicatie zou staken waardoor ze manisch psychotisch ontregelt en de kans op delictgedrag na enkele weken hoog wordt.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan toegevoegd dat overig onbegeleid verlof is aangevraagd, maar dat dit helaas lang duurt. Er zal toegewerkt worden naar bezoeken van winkels en vervolgens het centrum van [plaats] . Betrokkene zal dit kunnen doen, mits er voldoende begeleiding is. Er zit nog wel een kwetsbaarheid bij betrokkene voor wat betreft beïnvloedbaarheid en impulsiviteit. Er zijn wekelijkse gesprekken met betrokkene hierover. Gekeken wordt hoe het op de dagbesteding gaat en of zij ook grenzen kan aangeven. Het innemen van medicatie is een gevoelig punt bij betrokkene. Het gaat nu goed, omdat zij structureel medicatie inneemt. Afsluitend geeft de deskundige aan dat betrokkene mooie stappen heeft gezet, maar dat er meer tijd dan één jaar voor het traject nodig is. Er kan toegewerkt worden naar een vervolgplek, waar ook ruimte is voor een hond voor betrokkene.
3.2.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
Advies psychiater
Uit het rapport van [psychiater] van 27 maart 2026 blijkt dat bij betrokken sprake is van een bipolaire I stoornis, zwakbegaafdheid en een kwetsbare persoonlijkheid. Het risico op soortgelijke feiten wordt in de huidige situatie ingeschat als laag, zolang de stemming van betrokkene stabiel is. Bij manische ontregeling loopt het risico binnen de kliniek op tot matig en als iedere zorg zou wegvallen tot hoog. Het gebruik van medicatie is cruciaal. Geadviseerd wordt tot verlenging van de tbs met twee jaar. Voor de vervolgstappen zijn nog zeker twee jaar nodig.
Advies psycholoog
Uit het rapport van klinisch [psycholoog] van 2 april 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een bipolaire I stoornis met psychotische kenmerken en daarnaast zwakbegaafdheid.
Bij verblijf in de kliniek wordt het recidiverisico ingeschat als laag-matig. Zonde de bescherming van de tbs loopt dit op tot matig-hoog, zeker bij staken van medicatiegebruik en gebruik van verslavende middelen.
Een periode van twee jaar is zeker nodig om het resocialisatietraject te doorlopen. Geadviseerd wordt tot verlenging van de tbs met twee jaar.

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene is van mening dat het heel goed met haar gaat en zij is tevreden met haar behandelaar. Zij begrijp nu beter dat zij om hulp mag vragen en ook dat het van belang is om duidelijk te communiceren. Betrokkene denkt dat een tbs kader niet nodig is en dat zij naar huis zou kunnen met ambulante begeleiding. Voor haar duren de te zetten stappen te lang.
De raadsman voert aan dat de gronden voor verlenging van de tbs aanwezig zijn. Voor betrokkene gaat het echter niet snel genoeg. Zij heeft de nodige cursussen doorlopen en is toe aan een volgende fase. Zij komt van ver en vindt dat er een einde aan de tbs zou moeten komen. Wellicht zou een voorwaardelijke beëindiging van de tbs over twee jaar aan de orde kunnen zijn. Om die reden is het verzoek om de verlenging voor een periode van één jaar uit te spreken. Er kan dan een extra toetsingsmoment ingebouwd worden en op die manier kan aan betrokkene een kans gegund worden om over een jaar een andere richting in te gaan.

5.Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
Uit het rapport van de tbs-instelling is duidelijk geworden dat betrokkene zich na een aarzelende start goed ingezet heeft en dat nog steeds doet. Zij heeft goede vorderingen gemaakt en haar toestandsbeeld is aanzienlijk verbeterd. Zij werkt naar vermogen samen met het behandelteam. Betrokkene verdient daar complimenten voor. De rechtbank begrijpt de behoefte van betrokkene om de tbs-setting achter zich te laten, maar uit de rapportage blijkt dat er toch nog wel een aantal stappen gezet moeten worden. Betrokkene is inmiddels overgeplaatst naar een beveiligingsniveau 2 binnen de tbs-instelling. Daar worden haar belastbaarheid en zelfstandigheid bij minder toezicht en structuur getoetst. Wanneer dit helder is, kan hopelijk het verdere resocialisatietraject worden ingezet. Hieronder valt dan ook het onderzoek en/of aanmelding naar/bij een vervolgplek. De inschatting van de tbs-instelling is dat voor het zetten van die stappen langer dan één jaar nodig is.
Gelet hierop, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met twee jaar. Het standpunt van de advocaat om een toetsmoment in te bouwen, volgt de rechtbank niet, omdat de verwachting is dat dit toetsmoment te vroeg zal komen om tot een kortere tbs te komen, dan de nu geadviseerde twee jaar.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met
twee jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter,
mr. S. Tempel en mr. J.P.E. Mullers, rechters,
in tegenwoordigheid van M.R. Tafazzul, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 juli 2026.
Mr. Mullers is niet in de gelegenheid om deze beslissing mede te ondertekenen.