ECLI:NL:RBZWB:2026:6175

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
02-224727-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met voorwaarden wegens brandstichting en bedreiging

Betrokkene is ter beschikking gesteld wegens brandstichting met gemeen gevaar voor goederen en meermalen gepleegde bedreiging van een politieambtenaar. De tbs is aangevangen op 1 juli 2024. Het openbaar ministerie verzocht op 26 mei 2026 om verlenging van de tbs met voorwaarden.

De reclassering adviseerde verlenging met twee jaar, onderbouwd met een diagnose schizofrenie en het belang van voortzetting van medicatie en abstinentie van drugs. De reclassering constateerde positieve ontwikkelingen, maar achtte beëindiging van de maatregel nog niet verantwoord. De gedragsdeskundige adviseerde eveneens verlenging met twee jaar, gezien het matig tot hoge recidiverisico zonder voortzetting van behandeling.

De officier van justitie wijzigde de vordering tot verlenging met één jaar. Betrokkene en zijn raadsman steunden dit, mede vanwege de wachtlijst voor een beschermde woonvorm en de wens om de positieve ontwikkeling voort te zetten. De rechtbank concludeerde dat het wettelijke criterium voor verlenging is vervuld en verlengde de tbs met voorwaarden met één jaar, onder handhaving van de bestaande voorwaarden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met voorwaarden met één jaar onder handhaving van de bestaande voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-224727-23
Beslissing van de meervoudige kamer van 9 juli 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
verblijvende in de FPC [kliniek ] , [afdeling] ,
[adres] ,
hierna: betrokkene
raadsman mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 28 mei 2024 is de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) van betrokkene gelast met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde. De tbs is gelast ter zake van brandstichting, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was en bedreiging (meermalen gepleegd) van een ambtenaar van politie.
De termijn van de tbs is aangevangen op 1 juli 2024.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 26 mei 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met voorwaarden. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 25 juni 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. mr. P. Emmen, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. Voorts is als deskundige gehoord de heer [deskundige] , reclasseringswerker.

3.Adviezen

3.1.
Advies reclassering
De reclassering heeft in het rapport van 1 mei 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar en heeft daartoe het volgende aangevoerd.
Betrokkene is gediagnosticeerd met schizofrenie. Buiten de periodes van acute symptomen blijven restsymptomen in afgezwakte vorm zichtbaar, zoals de zelfbepalendheid (ik mag doen wat ik wil) en een onderschatting van gevaren en zelfoverschatting.
Op basis van het laatste risicotaxatie onderzoek van de reclassering wordt de kans op recidive binnen de huidige klinische setting en met het huidige kader ingeschat als laag. Dit risico kan laag blijven, mits betrokkene zijn antipsychotica blijft gebruiken en abstinent blijft van drugs. Er is in de afgelopen twee jaar veel bereikt. Zo was betrokkene voortdurend abstinent en zijn er geen agressieve incidenten geweest. Betrokkene is zich bewust van de verkeerde keuzes die hij in het verleden heeft gemaakt, o.a. het niet gebruiken van medicatie. Hij wil breken met het verleden en de aangerichte schade herstellen, voor zover dit mogelijk is. Betrokkene hoopt de klinische behandeling zo spoedig mogelijk te kunnen afronden, zodat hij zijn verantwoordelijkheid als vader weer kan nemen. In november 2025 is betrokkene aangemeld bij IFZ voor een klinische indicatie voor verblijfszorg. In december 2025 is de indicatie afgegeven. Op basis hiervan is betrokkene in februari 2026 toegeleid naar een beschermde woonvorm in [plaats] , waar hij nu op de wachtlijst staat. In afwachting van plaatsing wordt een overbruggingsplek op het terrein van [kliniek ] overwogen. Tussentijds groeit betrokkene in zelfstandigheid en assertiviteit. In het contact met de reclassering stelt betrokkene zich immer coöperatief op. Door een consequente en voorspelbare bejegeningsstijl ervaart betrokkene het contact als veilig en vertrouwd. Er is sprake van een goede werkalliantie.
De overgang naar een beschermde woonvorm kan potentieel risico verhogend zijn en dient dan ook zorgvuldig te gebeuren, waarbij de huidige behandeling bij voorkeur wordt overgedragen aan een forensische polikliniek in de regio waar betrokkene zich vestigt. De reclassering acht de tijd nog niet rijp voor een beëindiging van de TBS maatregel.
Geadviseerd wordt om de tbs te verlengen voor de duur van een jaar met handhaving van de huidige voorwaarden.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan toegevoegd dat het traject tot de zitting voorspoedig is verlopen. De deskundige heeft betrokkene zien groeien. Hij is een gesloten, introverte man, die in een nieuwe omgeving met vreemde mensen de kat uit de boom kijkt. Hij is geen domme, maar wel een kritische man. Gelet op zijn stoornis, kan dit leiden tot een verkeerde aanname, waarbij verwarring zou kunnen ontstaan of betrokkene kritisch of wantrouwend is. De deskundige vindt het normaal dat iemand kritisch moet kunnen zijn. Wanneer aan betrokkene wordt uitgelegd waarom dingen gebeuren of niet gebeuren, dan zal hij vrijwel in alle gevallen akkoord gaan. Verder beseft betrokkene dat hij antipsychotica medicatie nodig heeft.
Gelet op de vorderingen, die betrokkene heeft gemaakt, is een verlengen van de tbs met voorwaarden met twee jaar te lang volgens de deskundige. Beter is het om te verlengen met een periode van één jaar en dan na dat jaar eventueel nog een keer te verlengen, indien nodig.
3.2.
Advies (externe) gedragsdeskundige
Advies psychiater
Uit het rapport van [psychiater] van 15 februari 2026 blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie. In het verleden was sprake van overmatig cannabisgebruik. In de huidige gereguleerde omgeving heeft hij geen zucht meer naar cannabis, maar het is met het oog op psychosepreventie wel belangrijk dat betrokkene abstinent blijft van cannabis.
Mocht de maatregel niet worden verlengd, dan wordt het recidiverisico als matig tot hoog geschat. Met een voortgezette behandeling en begeleiding kan het psychiatrische ziektebeeld verder stabiliseren en kan daarmee de kans op recidive afnemen. De psychiater is van mening dat betrokkene klaar is met het klinische deel van zijn behandeltraject. Wel zal het nog enige tijd vragen om behandeling en begeleiding over te kunnen dragen, nog los van het gegeven dat niet precies bekend is waar betrokkene zich uiteindelijk zal gaan vestigen. Aangezien er nog veel geregeld moet worden, adviseert de psychiater een verlenging van de tbs met voorwaarden met een termijn van twee jaren.

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering aangepast in die zin dat de tbs met voorwaarden slechts verlengd dient te worden met 1 jaar.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene geeft te kennen dat hij op de wachtlijst staat voor een woning in [plaats] . Er was sprake van dat er een woonplek op het terrein van [GGZ-instelling] geregeld zou kunnen worden, maar dat lijkt nu ook niet te gebeuren. Betrokkene kan zich daar wel bij neerleggen. Betrokkene heeft dagbesteding en vindt het zelf wel gunstig als de tbs met voorwaarden verlengd zou worden met een periode van één jaar in afwachting van die woning. Betrokkene heeft verder dramatherapie binnen de tbs-instelling aangevraagd en wil daar graag mee starten.
De raadsman sluit zich aan bij het advies van de reclassering en de gewijzigde vordering van de officier van justitie. Betrokkene heeft de afgelopen twee jaren hard zijn best gedaan en daarbij grote stappen gezet. Ook zijn al stappen gezet naar begeleid wonen en is er inmiddels een indicatie voor een woning in [plaats] . Helaas is er een wachtlijst, maar alle seinen staan op groen. Het verzoek is om een verlenging van de tbs met voorwaarden voor een periode van één jaar uit te spreken. Betrokkene kan dan laten zien dat hij zijn positieve opstelling kan doorzetten en volhouden.

5.Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs met voorwaarden eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van reclassering en de psychiater wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
De rechtbank ziet dat verdachte grote stappen heeft gezet binnen het tbs-kader. Hij lijkt zich bewust te zijn van zijn handelen in het verleden. Nu is het wachten op een geschikte woning, maar in de tussentijd kan betrokkene zich verder ontwikkelen. De rechtbank waardeert het dat betrokkene zich ook hiervoor blijft inzetten. Een voorbeeld hiervan is het volgen van dramatherapie, zoals betrokkene heeft aangevraagd. De vraag is nu met welke termijn de tbs met voorwaarden verlengd moet worden. De reclassering adviseert één jaar en de psychiater twee jaar. Gelet op het rapport van de reclassering, de toelichting van de deskundige ter zitting, maar vooral de ontwikkeling die betrokkene heeft doorgemaakt, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met voorwaarden van betrokkene wordt verlengd met één jaar. Daarbij blijven dezelfde voorwaarden van kracht.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met
éénjaar.
Deze beslissing is genomen door mr. S. Tempel, voorzitter,
en mr. D.H. Hamburger en mr. J.P.E. Mullers, rechters,
in tegenwoordigheid van M.R. Tafazzul, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 juli 2026.
Mr. Mullers is niet in de gelegenheid om deze beslissing mede te ondertekenen.