Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2026 in de zaak tussen
de burgemeester van de gemeente Dongen .
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Betreft: shisha bij wijze van proef
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres had een exploitatievergunning voor haar horecabedrijf en vroeg om uitbreiding van deze vergunning met shisha met kruiden. De burgemeester verleende aanvankelijk tijdelijke medewerking voor een proefperiode van een half jaar, maar stopte deze vanwege overtredingen en weigerde later de vergunninguitbreiding op grond van strijd met het omgevingsplan.
Eiseres stelde dat zij op basis van een brief en gesprekken met ambtenaren gerechtvaardigd mocht vertrouwen op vergunningverlening (vertrouwensbeginsel). De rechtbank oordeelde dat in de brief geen concrete en ondubbelzinnige toezegging was gedaan en dat de tijdelijke medewerking expliciet onder voorbehoud was van evaluatie.
De rechtbank concludeerde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt en dat de weigering van de vergunninguitbreiding terecht is. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
De uitspraak bevestigt dat tijdelijke gedoogbesluiten niet automatisch leiden tot een recht op vergunningverlening en benadrukt het belang van het omgevingsplan als toetsingskader.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de uitbreiding van de exploitatievergunning voor shisha in het horecabedrijf.