ECLI:NL:RBZWB:2026:6037

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
C/02/447411 / JE RK 26-693
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Toekoen
  • Bogaert
  • Van den Heuvel-Beerens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing na gezagsbeëindiging ouders

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 5 juni 2026 een rekestprocedure betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) en de machtiging tot uithuisplaatsing (MUHP) van een minderjarige, waarbij de gecertificeerde instelling (GI) Stichting Jeugdbescherming Brabant als verzoeker optrad.

De minderjarige stond sinds 8 juni 2021 onder toezicht van de GI. De laatst geldende beschikking verlengde de OTS en MUHP tot 8 juni 2026. De GI verzocht om verlenging van zes maanden. Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de moeder, haar advocaat met tolk, de advocaat van de vader, een vertegenwoordiger van de GI en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. De vader en de gezinshuisouders waren niet aanwezig.

Gelijktijdig werd in een andere procedure het gezag van de ouders beëindigd en de voogdij aan de GI toegekend. Gezien deze gezagsbeëindiging heeft de GI geen belang meer bij de verlengingsverzoeken. De rechtbank oordeelde daarom dat de verzoeken niet ontvankelijk zijn en wees deze af.

Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch binnen drie maanden na dagtekening, waarvoor een advocaat vereist is.

Uitkomst: Verzoeken tot verlenging van ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden afgewezen vanwege beëindiging ouderlijk gezag en toekenning voogdij aan de gecertificeerde instelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/447411 / JE RK 26-693
Datum uitspraak: 5 juni 2026
Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. A.G. Ouwejan,
[de gezinshuisouders],
hierna te noemen: de gezinshuisouders,
gevestigd in [woonplaats 3] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 april 2026.
1.2.
De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 21 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Poolse taal;
  • de advocaat van de vader,
- een vertegenwoordiger van de GI.
De vader is niet op de zitting verschenen. De gezinshuisouders zijn, zoals zij vooraf aan de rechtbank hebben laten weten, niet verschenen.
1.3.
De zaak met het kenmerk C/02/445242 / FA RK 26/901 over het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) tot de beëindiging van het gezag van de vader en van de moeder is gelijktijdig op zitting behandeld. In dat kader waren tijdens de zitting ook aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad en, als informant, de grootvader (vaderszijde) van [minderjarige] , de heer [persoon] .
1.4.
[minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken. Zij heeft op 20 mei 2026 via videobellen met de voorzitter van de meervoudige kamer gesproken.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] staat onder toezicht van de GI sinds 8 juni 2021. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 november 2025 laatstelijk de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening verlengd met ingang van 8 december 2025 tot 8 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt daarnaast om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Bij beschikking van deze rechtbank van heden, 5 juni 2026, in de zaak met het kenmerk C/02/445242 / FA RK 26/901 is het gezag van de moeder en van de vader over [minderjarige] beëindigd en is de GI belast met de voogdij over haar. Gezien het feit dat de GI door deze beslissing de voogdij over [minderjarige] draagt, heeft zij geen belang meer bij voormelde verzoeken en komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling hiervan. Dit betekent dat de verzoeken zullen worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. Toekoen, mr. Bogaert en mr. Van den Heuvel-Beerens, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas, als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.