ECLI:NL:RBZWB:2026:6029

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
C/02/448548 / FA RK 26-2683
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Gremmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
WvggzHR 28-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:479
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met bipolaire stoornis wegens ernstig nadeel

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 5 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1978, die verblijft in een woonvoorziening. Betrokkene verzet zich tegen medicatie vanwege bijwerkingen, maar erkent dat het in het verleden problemen gaf. De verpleegkundig specialisten bevestigen dat medicatie noodzakelijk is en dat betrokkene wisselende houding vertoont.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis en/of een andere DSM-5 stoornis, die ernstig nadeel veroorzaakt zoals lichamelijk letsel, financiële schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor veiligheid. Uit het verleden blijkt agressief gedrag en zelfbeschadiging. Er is onvoldoende ziektebesef en betrokkene is wilsonbekwaam ten aanzien van noodzakelijke zorg.

De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg, bestaande uit medicatietoediening en medische controles, noodzakelijk is en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De zorgmachtiging wordt daarom voor twaalf maanden verleend, met het oog op stabilisatie en het voorkomen van terugval. Het verzoek van de advocaat tot afwijzing of verkorting wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens ernstig nadeel en wilsonbekwaamheid van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448548 / FA RK 26-2683
Datum uitspraak: 5 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
verblijvende in een woonvoorziening van [accommodatie] in [plaats] ,
advocaat mr. C.J.M. Veth uit Rijen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 juni 2026 in de [accommodatie] , [plaats] . Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [persoon 1] , verpleegkundig specialist in opleiding;
  • mevrouw [persoon 2] , verpleegkundig specialist.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft bij beschikking van 26 juni 2025 een zorgmachtiging verleend tot en met 26 juni 2026.
2.2.
Voor betrokkene is bij beschikking van 7 februari 2022 een mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat het goed met haar gaat. Zij is zelfstandig en zorgt goed voor zichzelf. Betrokkene vindt het jammer dat er steeds gesteld wordt dat zij een psychische stoornis heeft. Zij erkent dat er in het verleden problemen zijn geweest, maar zij vindt niet dat zij geestelijk ziek is. Het liefst neemt betrokkene geen medicatie meer. Zij krijgt daar vervelende bijwerkingen van, zoals diarree, bloedend tandvlees en zij wordt sneller dik. Het gaat nu goed met haar en zij vindt dat zij vanuit de behandelaar wel wat meer vertrouwen verdient.
4.2.
De verpleegkundig specialist in opleiding bevestigt dat het de afgelopen periode goed gaat met betrokkene. Eén van de redenen waarom het zo goed gaat, is omdat betrokkene haar medicatie in blijft nemen. Betrokkene ziet dat zelf niet of onvoldoende in. Op dit moment krijgt betrokkene maandelijks een Xeplion depot gezet. Die heeft zij het afgelopen jaar steeds trouw toe laten dienen. Binnenkort wordt er overgestapt naar een Trevicta depot en die wordt maar één keer in de drie maanden gezet. Het zal voor betrokkene hoogstwaarschijnlijk prettiger zijn wanneer de frequentie van het toedienen van de medicatie wordt beperkt. Het is nu nog niet te voorspellen of betrokkene van Trevicta wel of geen vervelende bijwerkingen gaat krijgen. Een verandering van medicatie kan ervoor zorgen dat betrokkene last gaat krijgen van psychische klachten. Een zorgmachtiging is nodig omdat betrokkene een wisselende houding heeft en aanzien van haar medicatie en om in de komende periode te monitoren hoe de wisseling van medicatie gaat verlopen.
4.3.
De verpleegkundig specialist is van mening dat er bij betrokkene op dit moment nog onvoldoende sprake is van ziektebesef en ziekte-inzicht. Het toedienen van medicatie is en blijft een lastig onderwerp voor betrokkene. Betrokkene wil het liefst geen medicatie maar vanuit de behandelaars wordt gesteld dat zij medicatie nodig heeft. Het instellen op nieuwe medicatie kan lang duren en gaat gepaard met risico’s op een eventuele terugval. Een zorgmachtiging voor de duur van 12 maanden is daarom nog nodig.
4.4.
De advocaat verzoekt de rechtbank om het verzoek om een zorgmachtiging voor betrokkene te verlenen af te wijzen. In eerdere procedures over een zorgmachtiging heeft de advocaat al gesteld dat er bij betrokkene sprake is van wilsbekwaam verzet. Zij wil geen medicatie en zij legt ook helder uit wat de reden is, namelijk dat het voor haar vervelende bijwerkingen heeft. In de huidige stukken staat dat betrokkene wilsonbekwaam is, maar dat is (wederom) niet nader of in ieder geval onvoldoende onderbouwd. Verder blijkt dat betrokkene de toediening van de medicatie ondanks de vervelende bijwerkingen wél accepteert, zolang dat door een psychiater geadviseerd wordt. Er zijn dus mogelijkheden voor hulp in een vrijwillig kader. Bovendien zijn de zorgen gebaseerd op het verleden.
Aan de andere kant geeft de familie van betrokkene aan dat een zorgmachtiging nodig is, waren de zorgen ernstig en moet een terugval worden voorkomen. Subsidiair verzoekt de advocaat dan ook de rechtbank de duur van de zorgmachtiging te verkorten.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een bipolaire stemmingsstoornis en/of een overige DSM-5 stoornis. Betrokkene vindt niet dat zij geestelijk ziek is. De rechtbank heeft echter geen gegronde redenen om te twijfelen aan de bevindingen in de medische verklaring of aan de bevindingen van de behandelaars.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige financiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
Meer concreet blijkt uit de medische verklaring en het zorgplan dat betrokkene tijdens manisch psychotische episoden bekend is met fysieke en verbale agressie. Zo heeft zij in het verleden een verpleegkundige geslagen, haar ouders mishandeld en derden online via Facebook bedreigd. Tevens heeft betrokkene in het verleden wasmiddel gedronken en was er sprake van seksuele ontremming. Ondanks dat het nu al een periode goed gaat, is de rechtbank van oordeel dat bij ontregeling het risico op ernstig nadeel groot is. In HR 28-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:479 oordeelde de HR dat er voor de vraag of sprake is van ernstig nadeel ook feiten uit het verleden aanwijzingen kunnen geven over de mate van waarschijnlijkheid waarin het ernstig nadeel zich zal voordoen.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Zowel de onafhankelijk psychiater als de zorgverantwoordelijke geven aan dat betrokkene ambivalent is ten opzichte van de medicatie. Dit wordt ook op zitting bevestigd door de verpleegkundig specialist en verpleegkundig specialist in opleiding. Betrokkene vindt dat zij geen medicatie nodig heeft. Zij wil deze niet meer, omdat het volgens betrokkene nu goed met haar gaat en ze klachten ervaart die zij toeschrijft aan de medicatie. Er is weinig tot geen sprake van ziektebesef en ziekte inzicht. Betrokkene is eerder op eigen initiatief met haar medicatie gestopt, hetgeen resulteerde in een manische ontregeling. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
Op het standpunt van de advocaat dat er bij betrokkene sprake is van wilsbekwaam verzet tegen het gebruik van de noodzakelijk geachte medicatie, oordeelt de rechtbank als volgt. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, dat er nog steeds sprake is van een aanzienlijk risico voor ‘ernstig nadeel voor anderen’, komt betrokkene geen beroep op wilsbekwaam verzet toe.
Bovendien staat zowel in de medische verklaring als in het zorgplan vermeld dat er bij betrokkene sprake is van wilsonbekwaamheid. Aangegeven wordt dat betrokkene niet in staat is een adequate afweging te maken van de voor haar noodzakelijk zorg. Anders dan de advocaat acht de rechtbank de onderbouwing daarvan voldoende. Omdat de zorgmachtiging ziet op de vormen van zorg medicatie en verrichten van medische controles, is het oordeel van de psychiater van de wilsonbekwaamheid daarop gericht. Er is in de stukken specifiek aangegeven waar de onbekwaamheid betrekking op heeft, er staat beschreven welke stoornis tot die onbekwaamheid leidt en het oordeel is gebaseerd op feitelijk gedrag, uitspraken en observaties van betrokkene.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden. De rechtbank acht het niet in het belang van betrokkene om de zorgmachtiging in duur te beperken. Het instellen op nieuwe medicatie kan lang duren en gaat gepaard met risico’s op een eventuele terugval.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 juni 2027;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. Gremmen, rechter, in aanwezigheid van Weterings, griffier en op schrift gesteld op 16 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.