Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [persoon 1] , verpleegkundig specialist in opleiding;
- mevrouw [persoon 2] , verpleegkundig specialist.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 5 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1978, die verblijft in een woonvoorziening. Betrokkene verzet zich tegen medicatie vanwege bijwerkingen, maar erkent dat het in het verleden problemen gaf. De verpleegkundig specialisten bevestigen dat medicatie noodzakelijk is en dat betrokkene wisselende houding vertoont.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis en/of een andere DSM-5 stoornis, die ernstig nadeel veroorzaakt zoals lichamelijk letsel, financiële schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor veiligheid. Uit het verleden blijkt agressief gedrag en zelfbeschadiging. Er is onvoldoende ziektebesef en betrokkene is wilsonbekwaam ten aanzien van noodzakelijke zorg.
De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg, bestaande uit medicatietoediening en medische controles, noodzakelijk is en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De zorgmachtiging wordt daarom voor twaalf maanden verleend, met het oog op stabilisatie en het voorkomen van terugval. Het verzoek van de advocaat tot afwijzing of verkorting wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens ernstig nadeel en wilsonbekwaamheid van betrokkene.