Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 1 juli 2026 in de zaken tussen
de ontvanger van de Belastingdienst (de ontvanger).
Inleiding
- belanghebbende;
- namens de inspecteur: mr. drs. [inspecteur 1], mr. [inspecteur 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft op 14 november 2023 al beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van dwangsombeschikkingen en kwijtscheldingsbesluiten, waarna de ontvanger op 1 december 2023 alsnog beschikkingen nam. Er is een compromis bereikt waarbij belanghebbende tweemaal een dwangsom van €1.442 ontving, waarna hij de beroepen introk.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet opnieuw beroep kan instellen tegen hetzelfde feitencomplex. Ook beroepen gericht op het niet tijdig nemen van uitspraken op bezwaar zijn niet-ontvankelijk, mede omdat vier van de vijf bezwaren zijn ingetrokken en op het resterende bezwaar een maximale dwangsom is toegekend.
De rechtbank verklaart de huidige beroepen niet-ontvankelijk, waardoor belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink op 1 juli 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk wegens eerdere behandeling van hetzelfde feitencomplex en het ontbreken van belang na een compromis over dwangsommen.