ECLI:NL:RBZWB:2026:5822
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende rekening houden met verzakking
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning uit 1933 en maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €357.000 voor het belastingjaar 2024. Na een ongegrond verklaard bezwaar ging belanghebbende in beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
De rechtbank behandelde het beroep in een cluster-zitting en beoordeelde de ingediende stukken, waarbij de verweergronden en het waarderapport van de heffingsambtenaar vanwege te late indiening buiten beschouwing werden gelaten. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening had gehouden met de verzakking van de woning, die belanghebbende aannemelijk had gemaakt met foto’s.
Omdat geen van beide partijen een aannemelijke waarde had onderbouwd, stelde de rechtbank de WOZ-waarde in goede justitie vast op €328.000. Tevens werd de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd en werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €328.000 vanwege onvoldoende rekening houden met verzakking.