ECLI:NL:RBZWB:2026:5818
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning met vergoeding griffierecht wegens schending goede procesorde
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1953 met een gebruikersoppervlakte van 96 m2, gelegen op een perceel van 205 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 bedraagt €217.000. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze waarde, maar dit bezwaar is ongegrond verklaard. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank.
Tijdens de procedure heeft de rechtbank een cluster-zitting gehouden waarbij meerdere zaken met dezelfde gemachtigde werden behandeld. De heffingsambtenaar diende enkele stukken te laat in, waaronder verweergronden en een waarderapport, waardoor deze stukken buiten beschouwing zijn gelaten wegens schending van de goede procesorde. Desondanks baseert de rechtbank zich op het taxatieverslag en de uitspraak op bezwaar.
Belanghebbende voerde aan dat de referentiewoningen onvoldoende vergelijkbaar zijn en dat de waardering van de woning onjuist is vanwege onder meer de bouwjaren, staat van onderhoud en ligging aan een drukke weg. De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de waardering op juiste wijze is uitgevoerd, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en staat van onderhoud.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Vanwege de schending van de goede procesorde moet de heffingsambtenaar het griffierecht van €51 aan belanghebbende vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.