ECLI:NL:RBZWB:2026:5817
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van vrijstaande woning in 2024
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1900 met een gebruikersoppervlakte van 111 m2, gelegen op een perceel van 390 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 bedraagt €252.000. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze waarde, maar dit bezwaar is ongegrond verklaard. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld tijdens een cluster-zitting op 17 maart 2026. De heffingsambtenaar heeft nadere stukken ingediend, waaronder een waarderapport, maar deze stukken zijn te laat ingediend en worden daarom buiten beschouwing gelaten. De rechtbank baseert haar oordeel op de tijdig ingediende stukken.
Belanghebbende betwist de vergelijkbaarheid van een van de referentiewoningen, omdat deze in het buitengebied ligt en een groter perceel heeft. De rechtbank oordeelt echter dat gezien de schaarste aan vergelijkbare woningen in de plaats, de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in ligging en dat de waarde van €252.000 niet te hoog is vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €252.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.