ECLI:NL:RBZWB:2026:5811
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning 2024 met vergoeding griffierecht
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1920 met een gebruikersoppervlakte van 134 m2, gelegen op een perceel van 1.735 m2 met extra grond van 1.400 m2. De vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 bedraagt € 390.000. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze waarde, maar dit bezwaar is ongegrond verklaard. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld tijdens een cluster-zitting op 17 maart 2026. De heffingsambtenaar heeft nadere stukken ingediend, waaronder een waarderapport, maar deze stukken zijn te laat ingediend en worden daarom buiten beschouwing gelaten. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog heeft vastgesteld en dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn.
Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de woning minder waard is dan de vastgestelde waarde. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Vanwege de schending van de goede procesorde moet de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de heffingsambtenaar moet het griffierecht vergoeden.