ECLI:NL:RBZWB:2026:5746

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
11588492 \ MB VERZ 25-414
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onvolledig bewijs

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden van 11 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op 11 november 2023. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Op de zitting van 9 juni 2026 verschenen noch betrokkene noch zijn gemachtigde. De officier van justitie werd vertegenwoordigd door mr. W. Geijlvoet. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet vaststond omdat de schouwrapporten niet in orde waren, waardoor de boete ten onrechte was opgelegd.

De beschikking en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd. Betrokkene kreeg het betaalde bedrag van €119 terug. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €616,25 toegekend aan betrokkene wegens de onrechtmatige boete en de procedure.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11588492 \ MB VERZ 25-414
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 9 juni 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] (Meesterboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 juni 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. W. Geijlvoet (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 11 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Westerparklaan kruising Weerschijnvlinder te Breda op 11 november 2023 om 23:55 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de inleidende beschikking vernietigd moet worden. Gemachtigde verwijst naar jurisprudentie en stelt dat de officier van justitie heeft nagelaten om het bewijs rond te hebben in de fase van bezwaar. Daarbij ontbreekt de foto en onderliggende meting in het dossier. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren, aangezien de schouwrapporten niet in orde zijn.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de schouwrapporten niet in orde zijn. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. De beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is van na 31 december 2023. Daarom is voor de fase bij de kantonrechter de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing. [1] De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 666,- = € 333,00
telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 666,- = € 166,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- x 0,25 =
€ 116,75
€ 616,25

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 119, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 616,25.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending:

Voetnoten

1.Hoge Raad 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985.