ECLI:NL:RBZWB:2026:5741

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
11560716 \ MB VERZ 25-312
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 13a Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvoldoende bewijs verkeersboete overschrijding snelheid binnen bebouwde kom

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 10 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op de Beneluxweg te Oosterhout op 17 september 2023. Betrokkene stelde dat de overtreding niet had plaatsgevonden en betwistte dat de juiste verkeersborden waren geplaatst. De schouwrapporten bleken niet toereikend en er ontbrak bewijs dat de juiste bebording was gecontroleerd.

De officier van justitie had het beroep ongegrond verklaard, maar de kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet was komen vast te staan en dat de boete daarom ten onrechte was opgelegd. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd en het betaalde bedrag aan zekerheid werd terugbetaald.

Daarnaast werd vastgesteld dat de zaak samenhang vertoonde met twee andere zaken vanwege nagenoeg identieke werkzaamheden door dezelfde gemachtigde. Daarom werd een proceskostenvergoeding toegekend, berekend op basis van de wettelijke normen en de samenhangfactor. De officier van justitie werd veroordeeld tot betaling van €299,83 aan proceskosten.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter K. Verschueren op 9 juni 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11560716 \ MB VERZ 25-312
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 9 juni 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 juni 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. W. Geijlvoet (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen [persoon] . Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 10 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Beneluxweg (t.h.v. [huisnummer] ) te Oosterhout op 17 september 2023 om 12:19 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt geen bord H1 te zijn gepasseerd. Uit het dossier blijkt niet dat (kort) voor de aanvang van de controle de bebording is gecontroleerd. Betrokkene betwist uitdrukkelijk dat de juiste bebording is geplaatst. Verder blijkt uit het dossier geen toereikend schouwrapport. Gemachtigde verwijst naar de rijroute en verzoekt om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren, aangezien gebleken is dat de schouwrapporten niet in orde zijn. Wel verzoekt zij deze zaak samen met twee andere zaken als samenhangend te beschouwen, aangezien er geen sprake is van een afzonderlijke reële inspanning. De gronden in de zaken zijn identiek. Bovendien wordt de rijroute opgesteld door betrokkene en niet door gemachtigde.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat hij zich niet kan verenigen met de samenhang. Er is wel een reële inspanning geweest in elk dossier. De rijroute wordt inderdaad door betrokkene aangeleverd, maar door gemachtigde wordt dit op de kaart nagekeken, zijn er administratieve medewerkers die de dossiers controleren en juristen die elk dossier afzonderlijk onderzoeken en beroepsgronden opstellen. Dat sommige daarvan identiek zijn, doet daar niet aan af. Verzocht wordt om daarom de samenhang niet aan te nemen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft hierop gereageerd dat de zaken standaardteksten bevatten.
Gemachtigde stelt niet in te zien waarom dezelfde feiten anders verwoord moeten worden als de conclusie hetzelfde is.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de schouwrapporten niet in orde zijn. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Samenhang
Artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt dat onder samenhangende zaken het volgende wordt begrepen: door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren, die door de kantonrechter gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van die zaken (nagenoeg) identiek konden zijn.
Uit de hiervoor aangehaalde definitie blijkt dat doorslaggevend is in hoeverre de door de gemachtigde uitgevoerde werkzaamheden identiek of nagenoeg identiek zijn. Het is vaste rechtspraak dat van nagenoeg identieke werkzaamheden sprake is wanneer de behandeling van meer dan één zaak voor de rechtshulpverlener geen reële extra inspanning hoefde te vergen.
Naar het oordeel van de kantonrechter is, gelet op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2025:6448, hier sprake van samenhangende zaken als bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Zij overweegt hierbij dat in deze drie zaken sprake is van nagenoeg identieke werkzaamheden. In elke zaak is sprake van dezelfde feitcode, en dezelfde rijroute (Beneluxweg ter hoogte van [huisnummer] ). Bovendien hebben de beroepschriften afgezien van de naam, datum en het CJIB-nummer, een vrijwel identieke inhoud. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat gemachtigde in deze zaak geen reële extra inspanning heeft geleverd ten opzichte van de andere beroepen en dat er sprake is van samenhang.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. Naar het oordeel van de kantonrechter (en met de zittingsvertegenwoordiger) is hier sprake van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht met twee andere zaken die vandaag gelijktijdig door de kantonrechter zijn behandeld.
De beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is van na 31 december 2023. Daarom is voor de fase bij de kantonrechter de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing. [1] De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 666,- = € 333,00
hoorzitting: 1 punt x gewicht 0,5 x € 666,- =
€ 333,00
€ 666,00
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- = € 467,00
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- =
€ 467,00
€ 934,00
vermenigvuldigingsfactor x 0,25 =
€ 233,50
totaal € 899,50
samenhang x factor 1, delen door 3: € 299,83
Dit levert een proceskostenvergoeding van € 299,83 per zaak op.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 91,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 299,83.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending:

Voetnoten

1.Hoge Raad 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985.