Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure.
- de onherroepelijke gerechtelijke beslissing van de rechtbank in Liverpool, Verenigd Koninkrijk, van 8 juli 2025, waarbij veroordeelde is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden met aftrek van het voorarrest, omdat hij tussen 1 mei 2021 en 4 juli 2021 eenmalig een kind van 15 jaar ertoe heeft aangezet om via Skype naar hem te kijken, terwijl hij seksuele handelingen aan het verrichten was;
- het verzoek van veroordeelde om het restant van de opgelegde straf in Nederland te mogen ondergaan van 1 augustus 2025;
- het verzoek van 11 september 2025 van de minister van justitie te Croydon (Verenigd Koninkrijk), aan zijn ambtsgenoot in Nederland om de tenuitvoerlegging van het vonnis van 8 juli 2025 over te nemen;
- de vordering van de officier van justitie van 3 maart 2026 tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging op grond van artikel 18 lid 1 WOTS Pro;
- de conclusie op grond van artikel 28 lid 8 WOTS Pro van de officier van justitie van 17 juni 2026.
2.De beoordeling.
3.Overweging omtrent de op te leggen straf.
4.De toepasselijke wets- en verdragsbepalingen.
5.De beslissing.
gevangenisstraf voor de duur van drie maanden,en
vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht,inhoudende een contactverbod met het slachtoffer en haar gezinsleden, zijnde [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] ,
voor de duur van vijf jaren,met toepassing van de
vervangende hechtenis van twee wekenvoor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden.