ECLI:NL:RBZWB:2026:5711

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448196 / FA RK 26-2495
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor psychotische stoornis en middelengebruik ondanks vrijwillige medewerking

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 29 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1983. Betrokkene kampt met een psychotische stoornis en middelengebruik en ervaart ernstige overlast en conflicten in haar woonomgeving, mede door stalking door haar ex-partner.

Hoewel betrokkene aangeeft vrijwillig mee te willen werken aan zorg en medicatie, blijkt uit het dossier en de verklaringen van de verpleegkundig specialist dat vrijwillige zorg onvoldoende effect heeft gehad. Er is sprake van ernstig nadeel, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en conflicten met medebewoners, wat ook gevolgen heeft voor haar kinderen.

De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De toegewezen zorgvormen omvatten medicatietoediening, bewegingsvrijheidsbeperking, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet effectief gebleken.

De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 29 november 2026. Het verzoek tot overige zorgvormen wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden wegens psychotische stoornis en middelengebruik met verplichte zorgvormen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448196 / FA RK 26-2495
Datum uitspraak: 29 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [persoon] , verpleegkundig specialist FACT.

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene merkt op dat zij veel last had en nog steeds heeft van het stalking gedrag van haar ex-partner, met wie zij zes jaar een relatie heeft gehad. Deze ex-partner heeft haar telefoon gehackt en haar achter haar rug om bij anderen in een verkeerd daglicht geplaatst. Ook is haar ex-partner bekend met middelengebruik, bij haarzelf is dit niet meer aan de orde. Ondanks dat zij zo ver mogelijk bij haar ex-partner weg probeert te blijven voelt zij zich door zijn toedoen nog steeds gevangen in haar eigen woning en ervaart zij chaos; zij begrijpt ook niet hoe hij dit voor elkaar krijgt. Het zich telkens weer moeten beschermen tegen haar ex-partner heeft ervoor gezorgd dat zij uitgeput is geraakt. Inmiddels wordt zij door haar moeder en zus, die zich evenals haar dochters grote zorgen om haar maakten, nauwlettend in de gaten gehouden en krijgt zij daarnaast ambulante FACT ondersteuning. Sindsdien leert zij beter om te gaan met haar angsten, pijn en verdriet, kan zij weer ontspannende activiteiten ondernemen en komt zij weer toe aan het organiseren en opknappen van haar woning. Zij begrijpt dat zij hulp nodig heeft, maar dan meer specifiek voor de problemen die zij door het stalking gedrag van haar ex-partner ervaart. Daarbij denkt zij aan vertrouwensgesprekken met een vaste professional. Ook ziet zij geen noodzaak voor medicatie, zeker niet in verplichte vorm en ook niet voor een opname.
3.2.
De verpleegkundig specialist van het FACT zegt dat er oplopende conflicten zijn tussen betrokkene, buurtbewoners, en haar huismeester. Hierdoor woont één van haar kinderen niet meer bij haar, maar bij familie. Vorig jaar is geprobeerd onder de toen lopende zorgmachtiging betrokkene adequate ambulante zorg te bieden. Hoewel betrokkene aangaf zich daarvoor open te stellen lukte het in de praktijk niet om door te pakken. Vervolgens is na afloop van de zorgmachtiging geprobeerd door middel van zorg in een vrijwillig kader de persoonlijke situatie van betrokkene te stabiliseren. Dit had echter geen resultaat, omdat betrokkene onvoldoende beschikbaar was voor het maken van afspraken en ook omdat zij bang is voor bijwerkingen van de medicatie. Ook op dit moment laat betrokkene blijken dat zij zorg en hulp wil, omdat zij nog steeds kampt met onrust en angsten, naar zij benoemt een andere oorzaak. Inmiddels is het punt bereikt dat er geen andere mogelijkheden meer worden gezien dan opname in een verplicht kader voor het instellen van betrokkene op de juiste medicatie en om ervoor te zorgen dat zij geen middelen gebruikt. Hij ziet geen noodzaak voor het verplicht toedienen van vocht en voeding, het verrichten van medische controles, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening en het aanbrengen van beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen.
3.3
De advocaat van betrokkene merkt op dat alsnog is besloten een zorgmachtiging aan te vragen, nadat de laatste zorgmachtiging op 30 juni 2025 is verlopen en dat ook wordt verzocht om gesloten opname. Zijn cliënt heeft helder uiteen gezet welke problematiek er bij haar speelt en dat dit niet voortkomt uit een psychische stoornis, maar uit invloed van buitenaf die een negatieve impact op haar heeft. Van ernstig nadeel vanuit zijn cliënt zelf is geen sprake. Zij heeft met name behoefte aan een vaste gesprekspersoon. Daarom stelt hij zich primair op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Als de rechtbank toch mocht oordelen dat er wel sprake is van een psychische stoornis en van daardoor veroorzaakt ernstig nadeel luidt zijn subsidiaire standpunt dat zijn cliënt laat blijken dat zij duurzaam bereid is aan een opname en onderzoek in welke GGZ instelling dan ook vrijwillig mee te werken en de haar voorgeschreven medicatie te (blijven) gebruiken. Ook hieruit volgt dat het verzoek moet worden afgewezen. Als de rechtbank hierover ook anders oordeelt, stelt hij zich meer subsidiair op het standpunt dat de zorgmachtiging moet worden beperkt tot het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, daaronder in dit geval te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met het ambulant behandelteam FACT, onder afwijzing van meer dan wel anders verzochte. Daarbij betrekt hij ook dat een klinische opname op dit moment onvoldoende voorzienbaar is en betrokkene bovendien - indien nodig - bereid is daaraan vrijwillig mee te werken.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van middelen. De enkele ontkenning van betrokkene dat zij ziek is geeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.
4.3.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van haar stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene op momenten luidruchtig en ander orde verstorend gedrag vertoont, wat leidt tot overlast in haar wooncomplex. Deze situatie heeft onder meer tot gevolg gehad dat haar jongste dochter niet langer thuis kan wonen. Ook raakt betrokkene door haar gedrag snel in conflict met medebewoners en loopt zij daardoor het risico op agressieve reacties. Daarbij komt dat als er niets verandert de woningbouwvereniging een huisuitzettingsprocedure niet uitsluit.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Naar het oordeel van de rechtbank is de toezegging van betrokkene dat zij vrijwillig zal meewerken aan de nodige verplichte zorg onvoldoende bestendig. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat na afloop van de laatste zorgmachtiging is geprobeerd door middel van zorg in een vrijwillig kader de persoonlijke situatie van betrokkene te stabiliseren, maar bleek vervolgens dat betrokkene onvoldoende beschikbaar was voor het maken van afspraken met haar behandelaar. De rechtbank acht daarom verplichte zorg nodig.
4.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot
gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, daaronder in dit geval te
verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met het
ambulant behandelteam van het FACT;
- het opnemen in een accommodatie.
Het verzoek zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat deze niet nodig zijn.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
4.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor een periode van zes maanden, zoals verzocht.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 november 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.