ECLI:NL:RBZWB:2026:5706

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448183 / FA RK 26-2490
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte zorg bij schizofreniespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 29 mei 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1971, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis. De officier van justitie had verzocht om een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene stemde in met het verzoek, mede op advies van zijn psychiater en vanwege de voorwaarde van de woningbouwvereniging om verplichte zorg te blijven ontvangen voor behoud van zijn woning.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat betrokkene door zijn psychische stoornis ernstig nadeel ondervindt, waaronder agressief en dreigend gedrag, sociaal isolement en verwaarlozing, wat ook leidde tot dreiging van huisuitzetting. De sociaal-psychiatrisch verpleegkundige lichtte toe dat verplichte zorg, met name depotmedicatie, noodzakelijk is om terugval te voorkomen. Vrijwillige zorg bleek onvoldoende omdat betrokkene zonder verplichte zorg stopt met medicatie.

De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is en wees toe dat betrokkene medicatie moet blijven ontvangen en periodiek contact moet onderhouden met het ambulant behandelteam. Andere zorgvormen werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak. De zorgmachtiging geldt tot en met 29 mei 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie en contact met het ambulant behandelteam.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448183 / FA RK 26-2490
Datum uitspraak: 29 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. J. Nederlof te Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 mei 2026.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon] , sociaal-psychiatrisch verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 10 juli 2026.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1
Betrokkene merkt op dat zijn psychiater hem heeft geadviseerd om in te stemmen met een opvolgende zorgmachtiging. Hij volgt het advies van zijn psychiater. Daarbij speelt ook een belangrijke rol dat zijn woningbouwvereniging als voorwaarde voor het behoud van zijn woning heeft gesteld dat hij aan verplichte zorg blijft meewerken.
4.2
De sociaal-psychiatrisch verpleegkundige brengt naar voren dat betrokkene gedurende een aantal jaren kampt met een psychotische stoornis. De ambulante verplichte zorg bestaat voornamelijk uit het toedienen van depotmedicatie. Er wordt momenteel in samenspraak met betrokkene gewerkt aan een vermindering van de frequentie van toediening. De ervaring heeft geleerd dat zodra er geen zorgmachtiging meer is betrokkene stopt met de medicatie. In het verleden heeft het stoppen met de medicatie door betrokkene geleid tot ernstig nadeel in de vorm van agressieve ontsporingen, dreiging en het stagneren van zijn algehele sociaal-maatschappelijk functioneren.
De woningbouwvereniging acht het verplichte zorgkader noodzakelijk om betrokkene in zijn huidige woning te laten wonen. Het is om die reden ook van belang dat het verplicht houden van contact met de ambulante zorg van de zorgmachtiging deel uit maakt, opdat er waar nodig gesprekken met de woningbouwvereniging gevoerd kunnen blijven worden. Zij ziet niet de noodzaak tot het verplicht toedienen van vocht en voeding, het verrichten van medische controles, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening.
4.3.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hem uit het voorgesprek en ook uit de behandeling ter zitting is gebleken dat zijn cliënt inziet dat hij nog verplichte zorg nodig heeft, voor zover die strikt genomen ziet op de zorgvormen die ter zitting zijn besproken. Namens zijn cliënt kan hij daarom ermee instemmen dat het verzoek wordt toegewezen. Wel verzoekt hij in dat geval van het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten niet het gebruik van communicatiemiddelen als zodanig deel uit te laten maken en dat onderdeel van deze zorgvorm dus af te wijzen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en hetgeen is besproken ter zitting is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizofreniespectrum stoornis.
5.3.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene een geïsoleerd bestaan leeft. Betrokkene heeft vanuit zijn psychotische belevingen richting de woningbouwvereniging en zijn familie gedurende agressief, dreigend en devaluerend gedrag vertoond. Ook liep hij op die momenten sociaal-maatschappelijk vast, was er sprake van verwaarlozing van zichzelf en van zijn woning en dreigde de woningbouwvereniging met een procedure gericht op een huisuitzetting.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarbij speelt met name een rol dat, zoals ook door betrokkene zelf is erkend, hij in geval van vrijwillig- of vrijblijvendheid niet altijd consequent aan de nodige zorg heeft meegewerkt. Verplichte zorg is daarom nog steeds nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, daaronder in dit geval te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met het ambulant behandelteam van het FACT.
Het verzoek zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen worden afgewezen omdat die niet nodig zijn.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden, zoals verzocht.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 mei 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.