ECLI:NL:RBZWB:2026:5688

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448512 / FA RK 26-2668
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens ernstig nadeel door dementie

Betrokkene verblijft sinds 22 mei 2026 in een verpleeghuis op grond van een inbewaringstelling door de burgemeester. Het Centrum Indicatiestelling Zorg verzoekt om verlenging van deze maatregel voor zes weken. Tijdens de zitting zijn betrokkene, haar advocaat, een specialist ouderengeneeskunde, een verpleegkundige en haar dochter gehoord.

Betrokkene uitte het verlangen om bij haar man te zijn en verzet zich verbaal tegen de opname. Haar advocaat betoogde dat betrokkene goed te sturen is en dat de machtiging daarom niet noodzakelijk zou zijn. De arts en verpleegkundige bevestigden dat betrokkene momenten van verwarring en agitatie vertoont, en dat zij soms fel reageert, maar ook goed af te leiden is.

De dochter schetste de belastende thuissituatie, waarbij betrokkene fysiek agressief was naar haar man en dochter, en haar man ernstig overbelast is. De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychogeriatrische aandoening (Alzheimer), met risico op lichamelijk letsel en psychische schade.

De rechtbank oordeelt dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel te voorkomen, dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn, en dat de verbale weerstand van betrokkene onvoldoende is om de machtiging te weigeren. De machtiging wordt verleend tot 9 juli 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448512 / FA RK 26-2668
Datum uitspraak: 28 mei 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [woonzorgcentrum] te [plaats 2] ,
advocaat: mr. M.M.M. Heesmans te Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 mei 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • dhr. [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde (telefonisch) (hierna: de arts);
  • mw. [persoon 2] , verpleegkundige;
  • de dochter van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [woonzorgcentrum] te [plaats 2] . De burgemeester van de gemeente Moerdijk heeft de inbewaringstelling op 22 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene vertelt dat zij haar man sinds vorige week niet meer heeft gezien. Ze weet ook niet waar ze nu is. Daarnaast vertelt betrokkene dat ze een tijdje hulp heeft gehad, maar verder niet. Het gaat nu wel redelijk, maar betrokkene vindt het vervelend als ze alleen is. Het liefst wil ze samen met haar man zijn. Betrokkene doet ook altijd samen met haar man boodschappen. Ze deden alles in het huishouden zelf.
4.2.
De advocaat verklaart namens betrokkene dat betrokkene graag met haar man wil zijn. Dit impliceert dat zij niet opgenomen wil zijn. Gelet hierop stelt de advocaat zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Subsidiair stelt de advocaat dat betrokkene goed te sturen is. Dit maakt dat de advocaat zich afvraagt of een machtiging noodzakelijk is. Het verzoek moet daarom worden afgewezen.
4.3.
De arts licht toe dat betrokkene met momenten behoorlijk in de war kan zijn. Zo ziet ze de andere bewoners regelmatig aan voor haar man en dochter. Ook ziet de arts dat betrokkene zich regelmatig prettig voelt op de afdeling. Af en toe is betrokkene wat geagiteerd, met name als de hulpverleners iets anders willen dan zij. Het gaat thuis niet meer. De man van betrokkene heeft voor zijn leven gevreesd. Het is de bedoeling om binnenkort met de familie te overleggen over hoe nu verder. Betrokkene geeft af en toe aan dat zij zich opgesloten voelt, maar er is geen sprake van fysiek verzet. Ook accepteert betrokkene het als haar man zonder haar het verpleeghuis verlaat nadat hij op bezoek is geweest. Tot slot licht de arts toe dat betrokkene wel verbaal verzet toont.
4.4.
De verpleegkundige licht toe dat betrokkene goed te sturen is. Zij herkent soms mensen, maar dit komt niet overeen met de werkelijkheid. Betrokkene kan soms wel fel reageren als ze wat moet doen wat de niet wil. Tot slot is betrokkene goed af te leiden en mee te nemen als haar man na een bezoek vertrekt.
4.5.
De dochter verklaart dat het kiezen uit twee kwaden is. Haar vader is hartpatiënt en heeft een zwaar hartinfarct gehad. Hij is erg moe en overbelast. Hij is ook veel afgevallen. Haar vader begint nu wat beter te slapen en wat meer tot rust te komen. Toen betrokkene nog thuis woonde, moest haar vader haar continu in de gaten houden. Betrokkene had bijvoorbeeld alles verstopt, zoals sleutels van het huis. Ook liep ze steeds weg en is betrokkene door de buren meermaals thuis gebracht. Het indicatiebesluit is aangevraagd uit voorzorg. De bedoeling was om betrokkene en de vader samen naar een zorgappartement over te plaatsen, maar dit is nu niet meer mogelijk.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene in de thuissituatie fysiek agressief is geweest naar haar man en dochter. Zo heeft betrokkene haar echtgenoot geslagen en bedreigde zij hem met een stoel. Ook sloeg ze haar dochter die tussenbeide wilde komen. Ze heeft haar dochter opnieuw aangevallen toen zij de hond wilde gaan uitlaten. Ook heeft betrokkene een politieagent stevig bij de armen beetgepakt. Daarnaast is de echtgenoot van betrokkene hartpatiënt en fysiek fragiel. Hij is fors overbelast geraakt door de zorg voor betrokkene. Tot slot is het de rechtbank gebleken dat betrokkene geagiteerd kan zijn in contact en haar echtgenoot niet altijd meer herkent.
5.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie van het type Alzheimer. Bij betrokkene is sprake van ernstige geheugenstoornissen, confabuleren en een desoriëntatie in tijd. Daarnaast is betrokkene verward en ziet ze mensen op de afdeling aan voor haar familie.
5.4.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
5.5.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Middels een opname in een verpleeghuis kan de veiligheid voor de betrokken familieleden, maar ook voor betrokkene zelf, worden gewaarborgd. Betrokkene krijgt binnen een verpleeghuis ook de 24-uurs zorg en begeleiding die zij nodig heeft.
5.6.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene verbaal verzet vertoont. Zo geeft zij aan bij haar man te willen zijn, hetgeen maakt dat ze niet achter de opname staat. Daarnaast is betrokkene met momenten geagiteerd en is nog geen sprake van een voldoende en duurzame vrijwilligheid.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Er is al wekelijks thuiszorg betrokken en de man van betrokkene is ernstig overbelast. De medicatie remt de agressie van betrokkene ook onvoldoende. De reeds ingezette zorg is derhalve onvoldoende om het ernstig nadeel af te wenden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
9 juli 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 4 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.