Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verdere verloop van de procedure
- de in deze zaak gegeven beschikking van 3 december 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- de brief van de GI aan de Raad van 21 april 2026;
- het rapport van de Raad van 22 april 2026.
- twee vertegenwoordigers van de GI;
- de advocaat van de moeder.
2.De nadere beoordeling
3.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.