Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ZEELAND-WEST-BRABANT,locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 maart 2026.
- het verweerschrift met bijlagen van vader, ontvangen op 7 mei 2026.
- de door mr. Brinkman ter zitting overgelegde pleitnota.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
- Is een kinderbeschermingsmaatregel noodzakelijk in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ?
- Welk hoofdverblijf komt het meest tegemoet aan de belangen van [minderjarige 2] ?
- Welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken door de ouders past het beste bij de belangen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ?
- Bestaat er, als de ouders samen het gezag houden een onacceptabel risico dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erg klem komen te zitten tussen de ouders en het er niet naar uitziet dat dit binnen korte tijd voldoende zal verbeteren of is het om een andere reden in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen?
- Welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen zijn niet in voorgaande vragen aan de orde gesteld en zijn wel van belang om in de rapportage te vermelden?
6.De beslissing
vrijdag 30 oktober 2026 PRO FORMA,zulks in afwachting van de rapportage van de Raad.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.