ECLI:NL:RBZWB:2026:5630

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448019 / FA RK 26-2406
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking opvolgende rechterlijke machtiging opname en verblijf dementerende betrokkene

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging te verlenen voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1938, die lijdt aan dementie en verblijft in een zorgaccommodatie te [plaats 1]. De zitting vond plaats met gesloten deuren waarbij betrokkene, haar advocaat, een specialist ouderengeneeskunde, verzorgende en familie aanwezig waren.

Betrokkene vertoont verzet tegen opname en verblijf, onder meer door regelmatig bij de deur te staan en te willen vertrekken. De specialist ouderengeneeskunde en verzorgende bevestigen dit gedrag en geven aan dat betrokkene 24-uurs zorg en een-op-een-begeleiding nodig heeft. Familieleden ondersteunen dit beeld en benadrukken dat zonder machtiging betrokkene zal weglopen, wat ook thuis gebeurde.

De advocaat betoogde dat het gedrag onvoldoende is voor juridisch verzet, omdat betrokkene met aandrang weer mee te krijgen is. De rechtbank oordeelt echter dat het verzet consistent is en dat opname noodzakelijk is om ernstig nadeel zoals verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor veiligheid te voorkomen.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven mogelijk, mede omdat betrokkene thuiszorg afwees en niet zelfstandig kan functioneren. De rechtbank verleent daarom de machtiging voor twaalf maanden, aangezien verbetering van het ziektebeeld medisch onwaarschijnlijk is.

De beschikking is mondeling gegeven op 26 mei 2026 en schriftelijk vastgelegd op 29 mei 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene voor twaalf maanden wegens dementie en verzet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448019 / FA RK 26-2406
Datum uitspraak: 26 mei 2026
Beschikking opvolgende rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een
machtiging voor als bedoeld in artikel 24 Wet Pro zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1938 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
verblijvende bij de [accommodatie] , [locatie] te [plaats 1] ,
advocaat: mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026 bij de [accommodatie] , [locatie] [afdeling] , te [plaats 1] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • specialist ouderengeneeskunde, mevrouw [persoon 1] ;
  • verzorgende van de afdeling, [persoon 2] ;
  • de zoon en tevens mentor van betrokkene, de heer [persoon 3] ;
  • de schoondochter van betrokkene, mevrouw [persoon 4] .
1.3.
Tevens was bij de zitting aanwezig, maar is niet gehoord, een stagiaire van mr. Van ’t Hoff.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 21 juli 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in bovengenoemde [accommodatie] .

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Op de vraag van de rechtbank hoe het met betrokkene gaat en of zij in de accommodatie wil blijven wonen, antwoordt zij: “Het is allemaal vreemd voor mij, maar het gaat goed. Ik ben alleen een beetje doof. Wonen, hierzo in [plaats 2] ? Dat wil ik wel. Ik wil gewoon in [plaats 2] blijven wonen.”
4.2.
De specialist ouderengeneeskunde verklaart, samengevat, als volgt. Bij betrokkene is sprake van verzet. Zij geeft aan dat zij naar huis wil. Eerder ging zij ook regelmatig bij de deur staan. Hoewel de heftigheid van het verzet minder is, gebeurt het nog wel dat betrokkene bij de deur gaat staan en zij dan niet makkelijk mee terug te nemen is. Het zorgpersoneel moet dan erg haar best doen om betrokkene op andere gedachten te krijgen. Op dit moment is betrokkene rustig, maar zij heeft vaak een-op-een-begeleiding nodig, bijvoorbeeld bij het geven van structuur en afleiding. Wanneer er geen rechterlijke machtiging meer is en betrokkene ook echt weg wil, weten de zorgmedewerkers niet wat ze dan wel of niet mogen en kunnen doen om betrokkene in de instelling te houden. Dat betrokkene dementie heeft, staat buiten kijf.
4.3.
De verzorgende bevestigt dat betrokkene regelmatig bij de deur staat. Zij zegt dan naar huis te willen.
4.4.
De zoon en schoondochter van betrokkene beamen hetgeen de specialist ouderengeneeskunde naar voren heeft gebracht; zonder rechterlijke machtiging zal betrokkene weglopen. Dat deed zij thuis ook. Betrokkene blijft aangeven naar haar moeder te willen gaan. Wanneer betrokkene door familie wordt meegenomen van de afdeling, moet er na afloop altijd zorgpersoneel aanwezig zijn om betrokkene weer over te nemen. Dat betrokkene nu ter zitting aangeeft hier te willen blijven wonen, is voor het eerst. Dit heeft zij niet eerder aangegeven.
4.5.
De advocaat bepleit, samengevat, om afwijzing van het verzoek. Het gedrag dat betrokkene laat zien is onvoldoende om van juridisch verzet te spreken. Wanneer betrokkene aangeeft naar huis te willen of zij bij de deur staat, is zij altijd op andere gedachten te krijgen. Met een beetje aandrang komt betrokkene weer mee. Betrokkene roept dat zij naar huis wil, maar het komt niet zo ver in de concrete uitvoering van deze wens.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie. Hierover bestaat geen discussie.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene hulp nodig heeft bij alle dagelijkse handelingen. Zij is niet in staat om voor zichzelf te zorgen. Uit zichzelf doet betrokkene niets. In de thuissituatie ging betrokkene wel eens de deur uit en herkende zij de omgeving niet meer. Zij wist regelmatig haar woning niet meer terug te vinden. Wanneer betrokkene nu naar huis zou gaan, komt haar veiligheid in het geding. Op de afdeling is betrokkene regelmatig onrustig aanwezig. Zij heeft een-op-een-begeleiding nodig.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van verzet in de zin van de Wzd. Uit de overlegde stukken, de toelichting van de specialist ouderengeneeskunde en de verzorgende is gebleken dat betrokkene zich verbaal verzet. Dit verzet is consistent. Daarnaast maakt betrokkene ook aanstalten om weg te gaan. Zij staat regelmatig bij de deur en er dient dan door zorgpersoneel te worden ingegrepen om haar op andere gedachten te brengen.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene is afhankelijk van hulp van anderen en heeft 24-uurs zorg en nabijheid nodig, wat in de thuissituatie niet meer kan worden geboden. Bovendien wees betrokkene eerder thuiszorg af.
5.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden. Er is hier namelijk sprake van een opvolgende rechterlijke machtiging en het is medisch hoogst onwaarschijnlijk dat het ziektebeeld van betrokkene zal verbeteren.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1938 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 mei 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.