ECLI:NL:RBZWB:2026:5627
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting inbewaringstelling wegens onvoldoende bewijs Korsakov
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, die sinds 19 mei 2026 inbewaring is gesteld. Betrokkene verbleef op een afdeling voor mensen met dementie en complexere problematiek, maar betwistte dat zijn situatie verslechterd was en dat hij daar thuishoorde. Hij erkende zijn alcoholverslaving en wilde hulp accepteren.
De zorginstellingen gaven uiteenlopende verklaringen: [accommodatie 2] stelde dat betrokkene geheugenhiaten had door langdurig alcoholgebruik en dat zijn situatie verslechterd was, terwijl [accommodatie 1] de diagnose syndroom van Korsakov betwijfelde en stelde dat betrokkene geen verpleeghuiszorg nodig had en zelfstandig functioneerde.
De advocaat van betrokkene voerde aan dat er geen sprake was van een blijvende neurocognitieve stoornis en dat het verzoek daarom moest worden afgewezen. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat betrokkene het syndroom van Korsakov had of een gelijkgestelde aandoening, en dat de criteria voor voortzetting van de inbewaringstelling niet waren vervuld.
De rechtbank wees het verzoek tot machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling af. De beschikking werd mondeling gegeven op 26 mei 2026 en schriftelijk op 2 juni 2026 vastgesteld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het syndroom van Korsakov.