ECLI:NL:RBZWB:2026:5624

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
C/02/446378 / FA RK 26-1519
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253i BWArt. 1:253a BWArt. 71 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Doorverwijzing verzoek inzage en aanzuivering spaarrekening minderjarige naar kantonrechter

De vrouw heeft een verzoek ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant met betrekking tot het gezamenlijk bewind over het vermogen van hun kind. Zij verzoekt inzage in de spaarrekening van het kind over de periode januari 2009 tot april 2014, het opleggen van een dwangsom bij niet-nakoming, en aanzuivering van onttrokken bedragen.

De rechtbank beoordeelt dat geschillen over de uitvoering van het gezamenlijk bewind van ouders met gezamenlijk gezag over het vermogen van hun kind volgens artikel 1:253i BW in verbinding met artikel 1:253a BW aan de kantonrechter moeten worden voorgelegd. Op grond van artikel 71, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt het verzoek daarom doorverwezen naar de kamer voor kantonzaken.

De vrouw stemt in met deze doorverwijzing. De rechtbank besluit de zaak in de huidige stand door te verwijzen naar de afdeling kanton van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De beschikking is op 26 mei 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter Meyboom, in aanwezigheid van griffier Hurkmans.

Uitkomst: De rechtbank verwijst het verzoek door naar de kantonrechter voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/446378 / FA RK 26-1519
Datum uitspraak: 26 mei 2026
Beschikking doorverwijzing
in de zaak van
[de vrouw],
wonende in [plaats 1] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M.W.M. van Asseldonk,
en
[de man],
wonende aan de [plaats 2] ,
hierna te noemen de man.
1 He verloop van de procedure
1.1 De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
- het op 16 maart 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen 1 tot en met 11 van de vrouw;
- de brieven van de griffier van 17 april 2026 aan beide partijen;
- de brieven van mr. Van Asseldonk van 17 en 20 april 2026.

2.Het verzoek

2.1
De vrouw verzoekt, samengevat:
I. bepaling dat de man binnen drie dagen na afgifte van de beschikking volledige inzage moet verschaffen in de spaarrekening van [persoon] met rekeningnummer [iban] over de periode januari 2009 tot 12 april 2014;
II. bepaling dat de man een dwangsom verbeurt van € 250,= per dag wanneer hij de onder I. opgelegde verplichting niet nakomt met een maximum van € 20.000,=;
III. bepaling dat de man binnen drie dagen na betekening van de beschikking de onttrokken bedragen van de spaarrekening van [persoon] aanzuivert, althans ten minste een bedrag van € 10.437,17 aanzuivert, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de respectieve opnames tot aan de dag van algehele voldoening.

3.De beoordeling

3.1
Op grond van artikel 1:253i, lid 1 en 2, in verbinding met artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek moeten geschillen tussen ouders over de uitvoering van het gezamenlijk bewind dat zij als ouders met gezamenlijk gezag van rechtswege hebben over het vermogen van hun kind, worden voorgelegd aan de kantonrechter. Op grond van artikel 71, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal het verzoek van de vrouw dan ook worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. De vrouw heeft met deze doorverwijzing ingestemd.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de afdeling kanton van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.