ECLI:NL:RBZWB:2026:5622
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Benjaddi
- Rechtspraak.nl
Toewijzing uitsluitend gebruik woning en vaststelling partneralimentatie na scheiding
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 26 mei 2026 een verzoek tot voorlopige voorziening in een familierechtelijke zaak tussen een vrouw en een man. De vrouw verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en een maandelijkse onderhoudsbijdrage van de man.
Partijen stemden in met het uitsluitend gebruik van de woning door de vrouw, zodat dit verzoek als onweersproken werd toegewezen. De rechtbank beoordeelde vervolgens de partneralimentatie aan de hand van de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie, waarbij de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man centraal stonden.
De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op een huwelijksgerelateerde behoefte van €2.223 en een aanvullende behoefte van €793 netto per maand. De draagkracht van de man werd berekend op basis van een bruto jaarinkomen van €39.540, inclusief een dertiende maand van €156,62 per maand. De rechtbank verwierp het standpunt van de vrouw over een hogere dertiende maand en ging uit van het door de man opgevoerde bedrag.
De man voerde aan dat hij duurzaam aanmerkelijk hogere woonlasten had, maar de rechtbank oordeelde dat het verschil met het forfaitaire woonbudget beperkt was en geen aanleiding gaf tot afwijking. Uiteindelijk werd de draagkracht van de man vastgesteld op €625 per maand, rekening houdend met fiscale voordelen. De onderhoudsbijdrage werd vastgesteld met ingang van de datum van het verzoekschrift, 27 februari 2026.
De rechtbank bepaalde dat de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning krijgt toegewezen en dat de man de woning moet verlaten. Het verzoek tot partneralimentatie werd toegewezen voor €625 per maand, en het overige werd afgewezen.
Uitkomst: De vrouw krijgt het uitsluitend gebruik van de woning toegewezen en de man moet €625 per maand partneralimentatie betalen vanaf 27 februari 2026.