ECLI:NL:RBZWB:2026:5606
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Van Dam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voortzetting dienstverband en uitbetaling vakantie-uren uitzendkracht
Werknemer trad op 2 augustus 2023 in dienst bij Deinco Uitzendgroep BV op basis van opeenvolgende uitzendovereenkomsten volgens de NBBU-CAO. Na afloop van de laatste overeenkomst op 30 juni 2025 heeft werknemer stilzwijgend doorgewerkt zonder nieuwe overeenkomst. Deinco beëindigde het dienstverband per 31 december 2025 vanwege vermindering van het werkaanbod.
Werknemer verzocht de kantonrechter om voortzetting van het dienstverband en uitbetaling van niet-genoten vakantie-uren. De kantonrechter stelde vast dat de cao een afwijkende ketenregeling bevat, waardoor geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan ondanks de voortzetting na drie contracten. De cao staat maximaal zes contracten toe in fase 3, en werknemer had slechts drie fase 3 contracten.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd per 31 december 2025 en dat het verzoek tot voortzetting daarom wordt afgewezen. Ook de vordering tot uitbetaling van vakantie-uren werd afgewezen omdat werknemer onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij door werkgever was gedwongen deze uren op te nemen. De proceskosten werden aan werknemer opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van het dienstverband en uitbetaling van vakantie-uren wordt afgewezen.