Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5582

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
02-121951-19
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging tbs met verpleging van overheidswege wegens hoog recidiverisico en gebrekkig ziekte-inzicht

Betrokkene is in 2022 veroordeeld tot tbs met verpleging van overheidswege wegens overtredingen van artikel 285 Sr Pro. De tbs is sindsdien reeds eenmaal verlengd met twee jaar. De rechtbank ontving in mei 2026 een vordering tot verlenging van de tbs en behandelde deze in juni 2026.

De tbs-instelling en gedragsdeskundigen rapporteren dat betrokkene lijdt aan een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken, een licht verstandelijke beperking, ADHD en een periodiek explosieve stoornis. Betrokkene weigert mee te werken aan behandeling, waardoor risicofactoren onvoldoende zijn bewerkt en het recidiverisico hoog blijft. De deskundigen adviseren verlenging van de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar.

De officier van justitie steunt de verlenging met twee jaar, terwijl de verdediging pleit voor verlenging met één jaar vanwege lichte indexdelicten en geboekte progressie. De rechtbank oordeelt dat het wettelijke criterium voor verlenging is vervuld en dat een termijn van twee jaar passend is, omdat binnen een jaar geen gronden voor voorwaardelijke beëindiging te verwachten zijn. De tbs wordt daarom met twee jaar verlengd.

Uitkomst: De tbs met verpleging van overheidswege wordt met twee jaar verlengd wegens aanhoudend hoog recidiverisico en onvoldoende ziekte-inzicht.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-121951-19
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 26 juni 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
verblijvende bij FPC [TBS-instelling] , [adres]
(de tbs-instelling),
hierna: betrokkene,
raadsman mr. R.A. Bruinsma, advocaat te Amsterdam.

1.Inleiding

Bij beslissing van het gerechtshof Den Bosch van 12 juli 2022 is betrokkene, wegens
overtredingen van artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafrecht, veroordeeld tot tbs met
verpleging van overheidswege.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste
lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is op 1 augustus 2022 aangevangen.
Bij beslissing van deze rechtbank van 19 juli 2024 is de tbs met verpleging van overheidswege verlengd met twee jaar. Deze beslissing is bevestigd met aanvulling van gronden bij beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december 2024.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 26 mei 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met bevel tot verpleging. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 12 juni 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. M.C. Fimerius, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. Voorts is als deskundige gehoord [psycholoog 1] .

3.Adviezen

3.1.
Advies instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 12 mei 2026 geadviseerd de tbs met verpleging te verlengen met twee jaar. De tbs-instelling heeft daartoe aangegeven dat betrokkene is gediagnosticeerd met een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken, een licht verstandelijke beperking, ADHD en een periodiek explosieve stoornis. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor acculturatieproblemen. Betrokkene bevindt zich nog in de beginfase van de behandeling, omdat hij sinds de opname weigert mee te werken. Dit maakt dat de risicofactoren nog niet genoeg zijn bewerkt voor een succesvolle
terugkeer in de maatschappij. Er is nog geen sprake van enige verandering ten aanzien van de risicofactoren of de problematiek van betrokkene. Het recidiverisico blijft daardoor onverminderd hoog. Betrokkene is niet zelfstandig in staat om zijn leefomgeving te onderhouden dan wel adequate copingvaardigheden in te zetten om toekomstige conflicten te voorkomen. Bij beëindiging van de huidige maatregel is de verwachting dat betrokkene terug zal vallen in middelengebruik wat een verhoogd risico vormt voor recidive van geweldsincidenten. Er is sprake van een gebrekkig ziekte-inzicht waardoor hij ondersteuning, hulp en behandeling niet zal accepteren in een niet-gedwongen kader. Het ziekte-inzicht moet nog dusdanig bewerkt worden dat betrokkene mee wil werken aan behandeling binnen de huidige maatregel. Vanwege de zeer hardnekkige en rigide problematiek van betrokkene is blijvende ondersteuning en begeleiding noodzakelijk. Betrokkene verblijft sinds 2023 in de tbs-kliniek van [TBS-instelling] , momenteel binnen een gesloten klinische behandelafdeling en op basis van hetgeen beschreven is, wordt dit zeker op dit moment noodzakelijk geacht. Het risico op recidive kan niet anders dan binnen het huidige kader onder controle worden gehouden. Geadviseerd wordt de termijn van de tbs te verlengen met twee jaar en de verpleging van overheidswege te continueren.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan nog toegevoegd dat het contact tussen betrokkene en de medewerkers van de instelling beter wordt en dat dit tot minder explosies leidt. Dat is positief. Betrokkene heeft meegewerkt aan een delictanalyse, maar dit heeft niet tot grote gedragsveranderingen geleid. Betrokkene wil niet meewerken aan een psychopathologie test. Er wordt verkend of medicamenteuze ondersteuning een optie is voor betrokkene.
3.2.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
Advies psychiater
Uit het rapport van [psychiater] van 16 januari 2026 blijkt dat hij betrokkene niet heeft kunnen onderzoeken en op grond van eigenstandig onderzoek geen eigen diagnostiek, geen risicoanalyse en geen beschrijving van het risicomanagement heeft kunnen doen. De psychiater is daarom niet in staat de vragen te beantwoorden en een advies te geven over verlenging van de tbs-maatregel.
Advies psycholoog
Uit het rapport van [psycholoog 2] van 31 maart 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van een licht verstandelijke beperking, ADHD van het gecombineerde type, een
persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken en een periodiek explosieve
stoornis. Binnen de huidige context wordt het risico op gewelddadig gedrag ingeschat als matig tot hoog. Bij het wegvallen van de tbs-maatregel wordt het risico al op korte termijn ingeschat als hoog. Het risicomanagement moet vooralsnog bestaan uit externe begeleiding bij het overzichtelijk houden van de omgeving en het bieden van duidelijkheid en structuur. Betrokkene is nog onvoldoende in staat zijn agressieve impulsen onder controle te houden. Wanneer vroegsignalen kunnen worden herkend, dient er tijdige interveniëring van het behandelteam plaats te vinden. Geadviseerd wordt aanvullend (meer) aandacht te besteden aan medicamenteuze ondersteuning op het gebied van emotie- en agressieregulatie en remming van het gedrag. Van een koers richting resocialisatie kan op dit moment nog niet worden gesproken. Betrokkene bevindt zich in feite nog in een beginstadium van de behandeling, waarbij het ook maar zeer de vraag is of de beperkte responsiviteit de noodzakelijke vorderingen niet in de weg zal staan. Geadviseerd wordt de tbs maatregel met twee jaar te verlengen en het bevel tot verpleging te continueren. Betrokkene dient nog een flink traject binnen de forensische behandeling te doorlopen alvorens kan worden gesproken over resocialisatie. Hij heeft gezien de risico-inschatting en vanwege de aard en ernst van de pathologie de behandeling, holding en het risicomanagement van een FPC nog steeds nodig.

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met verpleging met twee jaar te verlengen gebleven.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsman hebben verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar, gelet op de relatief lichte indexdelicten en de progressie die betrokkene heeft geboekt. Hierdoor kan een vinger aan de pols worden gehouden en een patstelling worden voorkomen.

5.Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de psycholoog en de door de deskundige ter zitting gegeven toelichting wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
Bij betrokkene is sprake van een licht verstandelijke beperking, ADHD van het gecombineerde type, een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken en een periodiek explosieve stoornis. De behandeling van betrokkene bevindt zich nog in de beginfase, waardoor risicofactoren nog onvoldoende zijn bewerkt. Indien het tbs-kader zou wegvallen, wordt het risico op geweldsincidenten ingeschat als hoog. Dit betekent dat de tbs kan worden verlengd.
De rechtbank verlengt de tbs in beginsel met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde
in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de tbs met een termijn van een jaar. De rechtbank stelt op basis van de adviezen en de door de deskundige ter zitting gegeven toelichting vast dat niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zullen zijn die een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege rechtvaardigen. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan in een dergelijke situatie toch voor slechts één jaar worden verlengd. Van zo’n uitzonderlijke omstandigheid is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met twee jaren.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee)jaren;
Deze beslissing is genomen door mr. R. Combee, voorzitter,
en mr. G.H. Nomes en L.E. Verschoor-Bergsma, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 juni 2026.
De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.