ECLI:NL:RBZWB:2026:5579
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken toereikende machtiging bij WOZ-beschikking
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking 2025 voor een onroerend goed in een Nederlandse gemeente. Het beroep is ingediend door een gesteld gemachtigde, die echter geen geldige machtiging van belanghebbende heeft overgelegd. De rechtbank heeft meerdere malen verzocht om een juiste machtiging, zowel via een bericht in het digitale dossier als per aangetekende brief.
Ondanks deze verzoeken heeft de gemachtigde geen toereikende machtiging ingediend en heeft hij geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim. De rechtbank concludeert daarom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en beoordeelt het beroep niet inhoudelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een toereikende machtiging, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.