ECLI:NL:RBZWB:2026:5505

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
11960669 CV EXPL 25-5753 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Zander
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:217 lid 1 BWArt. 6:265 lid 1 BWArt. 6:265 lid 2 BWArt. 6:82 lid 1 BWArt. 6:271 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding en waardebepaling van interieurontwerp na non-conformiteit door ontwerpbureau

In deze zaak staat de vraag centraal of de door [bedrijf] geleverde interieurontwerpdiensten voldoen aan de overeenkomst met [opdrachtgevers]. Na ingebrekestelling en een deskundigenrapport van [expertisebureau] is vastgesteld dat sprake is van non-conformiteit, met afwijkingen tussen schetsmatige en computergestuurde tekeningen die leiden tot een onvoldoende samenhangend ontwerp.

[Opdrachtgevers] heeft de overeenkomst ontbonden en vordert terugbetaling van betaalde bedragen en een voorschot op herstelkosten. [Bedrijf] betwist tekortkoming en stelt recht te hebben op het resterende factuurbedrag. De kantonrechter stelt vast dat [bedrijf] tekort is geschoten en in verzuim is, waardoor ontbinding gerechtvaardigd is.

De aard van de prestatie maakt ongedaanmaking onmogelijk, waardoor vergoeding plaatsvindt op basis van de waarde van de prestatie. Het deskundigenrapport waardeert de prestatie op € 15.427,50, gelijk aan het reeds gefactureerde bedrag. De gevorderde schadevergoeding van € 6.000,- voor herstelkosten wordt niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vorderingen van beide partijen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.

Uitkomst: Vorderingen van beide partijen worden afgewezen; geen recht op aanvullende schadevergoeding of betaling resterend factuurbedrag.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11960669 \ CV EXPL 25-5753
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van

1.[opdrachtgever 1] ,

te [woonplaats 1] ,
2.
[opdrachtgever 2],
te [woonplaats 2] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen (in mannelijk enkelvoud) te noemen: [opdrachtgevers] ,
gemachtigde: de heer [gemachtigde] , werkzaam bij Tax & Legal Services,
tegen
[bedrijf] B.V.,
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [bedrijf] ,
gemachtigde: mr. H.P. van der Linden, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand.

1.De zaak in het kort

In deze zaak gaat het om de vraag of de door [bedrijf] geleverde diensten aan de overeenkomst beantwoorden. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van non-conformiteit en bepaald aan de hand van de rapportage van de door [opdrachtgevers] ingeschakelde deskundige de waarde van de prestatie na ontbinding van de overeenkomst. De inhoud van het deskundigenrapport leidt ertoe dat de vorderingen, zowel in conventie als in reconventie, worden afgewezen. De kantonrechter licht dit oordeel hierna verder toe.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 13 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
[persoon] exploiteert een ontwerpbureau/vormgevingsbureau.
3.2.
[bedrijf] heeft per e-mail van 17 maart 2023 een offerte aan [opdrachtgevers] verstuurd voor het maken van een interieurontwerp. De offerte is onderverdeeld in de volgende fases:

Ontwerp/restyling: VILLA [woonplaats 1] FASE 1:
Ontwerp gesprek, briefing van de opdracht. Bespreken van de uitgangspunten en identiteit, budget en voorkeuren. Eigen inbreng als reactie op briefing in de vorm van moodboard-moodmap en voorbeeld projecten, inspiratie. Verwerken in vlekkenplannen, plattegronden indelings-sfeerplattegronden alle verdiepingen. Aanleveren juiste recente bouwtekeningen door opdrachtgever. Eerste grove voorstel per ruimte van materiaal en kleur keuze (wandafwerking etc) voorstel meubilair, en inclusief penschetsen van enkele essentiële ruimtes en onderdelen.
Presentatie op locatie en bespreken ontwerp. Totaal € 7.500,00 (excl. 21% btw).
Ontwerp/restyling: VILLA [woonplaats 1] FASE 2:
Naar aanleiding van de eerste presentatie en de feedback gaan we de ontwerpen verder uitwerken, bespreken en aanpassen. Definitief maken van routing, indeling ruimtes, doormiddel van een digitale maat gevoerde autocad plattegronden. Geheel vlekkenplan
(FASE I) uitwerken in een aantal 2d en 3d aanzichten impressies. Diversen hoekjes en wand uitslagen. Kortom de look en feel helemaal in impressies uitwerken. Ik denk een maximaal aantal van 6 a 8 stuks A3 formaat in dit project. Voorstel in materialen en kleuren op een niveau definitief. Eerste aanzet: vloeren, plafond en wanden plan uitwerken. Verlichtingsplan (eventueel aanvullend op bestaande armaturen/verlichting).
Presentatie en bespreken op locatie. Totaal € 10.500,00 (excl. 21% btw). Een uitgewerkt plan in maat gevoerde autocad plattegronden(vloer en plafondplannen) en alle losse
interieuronderdelen kan ik ook voor je verzorgen van het gehele ontwerp zodat je hiermee naar een interieurbouwer kunt gaan of uitvoerende partij. Maar dat zou ook via een interieurbouw partij kunnen. Prijs in overleg... .indicatie vanuit [bedrijf] , Euro 8.500,00 (excl. 21% BTW).
Ontwerp/restyling: VILLA [woonplaats 1] FASE 3:
Mocht je ook het gehele ontwerp door ons uit willen laten voeren in regie.. dat wil zeggen briefen derden, definitief materialen en kleuren plan maken ... bezoeken lokatie om leveranciers te briefen enzovoort ... daarvoor is de ervaring dat die kosten ongeveer 50% zijn van de kosten FASE I en 2. Is een inschatting in uren. Maar hierin kunnen we vele mogelijkheden bespreken. Zelf veel regelen.. of met bestaande relaties werken. Of in dagdelen een prijs afspraak maken.
Uitgesloten: Tekeningen technische installaties, luchtbehandeling. Eventuele werkzaamheden die vallen buiten de opdracht kunnen worden overgenomen als uur calculatie. Kosten hiervoor zijn €195,- excl 21% btw per uur. Planning: bij goedkeuren budget is de doorlooptijd ongeveer 4 tot 6 weken voor FASE 1 en 2. Betalingscondities: 50% bij opdracht/ aanvang werkzaamheden, 50% na gereed werkzaamheden binnen 8 dagen na factuurdatum.
3.3.
[opdrachtgevers] heeft op 27 maart 2023 aan [bedrijf] opdracht gegeven tot het uitvoeren van de in de offerte genoemde “fase 1 en fase 2” (exclusief de in fase 2 genoemde optie) tegen betaling van een totaalbedrag van € 21.780,- inclusief btw.
3.4.
[bedrijf] heeft de volgende facturen aan [opdrachtgevers] in rekening gebracht:
- factuur van 28 maart 2023: € 4.537,50
- factuur van 30 mei 2023: € 4.537,50
- factuur van 9 juli 2023:
€ 6.352,50 +
€ 15.427,50 (inclusief btw)
3.5.
[opdrachtgevers] heeft de in rechtsonderdeel 3.4. genoemde facturen aan [bedrijf] betaald.
3.6.
[opdrachtgevers] heeft ten aanzien van de uitvoering van de opdracht op 27 oktober 2023 telefonisch contact gehad met [bedrijf] . [bedrijf] heeft hierop [opdrachtgevers] per e-mail van gelijke datum bericht over de afwikkeling van de samenwerking.
3.7. (
De gemachtigde van) [opdrachtgevers] heeft [bedrijf] bij brief van 26 februari 2024 in gebreke gesteld met betrekking tot het verrichten van de in fase 1 en fase 2 genoemde werkzaamheden.
3.8. (
De gemachtigde van) [bedrijf] heeft hierop bij brief van 28 maart 2024 gereageerd.
3.9.
[opdrachtgevers] heeft [expertisebureau] (verder: [expertisebureau] ) ingeschakeld om een expertise te verrichten ten aanzien van de kwaliteit van de door [bedrijf] geleverde werkzaamheden.
3.10.
[expertisebureau] heeft op 12 december 2024 het door haar opgestelde expertiserapport aan partijen verstrekt.
3.11. (
De gemachtigde van) [opdrachtgevers] heeft bij brief van 14 februari 2025 de tussen [opdrachtgevers] en [bedrijf] gesloten overeenkomst ontbonden en [bedrijf] voor de geleden schade aansprakelijk gesteld. Tevens heeft (de gemachtigde van) [opdrachtgevers] in deze brief verzocht tot (terug)betaling van € 15.427,50.
3.12.
[bedrijf] heeft het resterende bedrag van € 6.352,50 (€ 21.780,- minus
€ 15.427,50) niet aan [opdrachtgevers] gefactureerd.

4.Het geschil

in conventie
4.1.
[opdrachtgevers] vordert -samengevat- betaling van een bedrag van € 22.355,78 (bestaande uit het door hem betaalde bedrag van € 15.427,50, € 6.000,- ter zake voorschot schadevergoeding en € 928,28 ter zake buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met rente en kosten). Ook vordert [opdrachtgevers] voor recht te verklaren dat [bedrijf] geen recht heeft op (redelijk) loon en, voor zover nodig, de tussen partijen gesloten overeenkomst te ontbinden.
4.2.
[opdrachtgevers] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [bedrijf] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. [opdrachtgevers] heeft [bedrijf] hiervoor in gebreke gesteld. [bedrijf] heeft de gestelde tekortkomingen betwist, waarna [opdrachtgevers] een expert ( [expertisebureau] ) heeft ingeschakeld. Naar aanleiding van de bevindingen van [expertisebureau] heeft [opdrachtgevers] de overeenkomst ontbonden. [opdrachtgevers] maakt aanspraak op volledige terugbetaling van de door hem betaalde bedragen en een (voorschot)bedrag ter zake herstelkosten.
4.3.
[bedrijf] voert verweer. [bedrijf] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [opdrachtgevers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [opdrachtgevers] in de kosten van deze procedure.
4.4.
[bedrijf] voert het volgende aan. [bedrijf] stelt primair dat de vordering van [opdrachtgevers] niet toewijsbaar is, omdat [opdrachtgevers] zelf de overeenkomst op 27 oktober 2023 heeft opgezegd en [opdrachtgevers] op basis van deze opzegging gehouden was een redelijk loon, zijnde het reeds in rekening gebrachte (totaal) factuurbedrag van
€ 15.427,50 aan hem te voldoen. Subsidiair betwist [bedrijf] dat [opdrachtgevers] de tussen partijen gesloten overeenkomst rechtsgeldig ontbonden heeft, omdat hij niet tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en hij ook niet in verzuim is komen te verkeren. Voor zover de ontbinding van de overeenkomst wel gerechtvaardigd is stelt [bedrijf] dat [opdrachtgevers] een waardevergoeding -overeenkomend met het reeds gefactureerde (totaal)bedrag van € 15.427,50- aan hem verschuldigd is. [bedrijf] stelt ten slotte dat [opdrachtgevers] niet zowel terugbetaling van € 15.427,50 als een bedrag van
€ 6.000,00 aan herstelkosten kan vorderen.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
4.6.
[bedrijf] vordert -samengevat- veroordeling van [opdrachtgevers] tot betaling van € 6.352,50, vermeerderd met rente en kosten.
4.7.
[bedrijf] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Partijen zijn voor het verrichten van de in fase 1 en fase 2 genoemde werkzaamheden een totaalbedrag van
€ 21.780,- overeengekomen. [opdrachtgevers] heeft in totaal een bedrag van € 15.427,50 aan [bedrijf] betaald. [bedrijf] stelt dat hij recht heeft op betaling van het volledige bedrag, nu hij de overeengekomen werkzaamheden deugdelijk heeft verricht.
4.8.
[opdrachtgevers] voert in zijn verweer aan dat hij, gelet op hetgeen hij in conventie heeft aangevoerd, geen enkel bedrag meer aan [bedrijf] verschuldigd is.
4.9.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

in conventie
Overeenkomst
5.1.
Een offerte is rechtsgeldig zodra de wederpartij deze aanvaardt, wat leidt tot een overeenkomst [1] . De offerte van [bedrijf] is door [opdrachtgever 1] aanvaard. De inhoud van de aan [opdrachtgevers] verstrekte offerte bepaalt de contractvoorwaarden.
Opzegging overeenkomst
5.2.
[bedrijf] voert in de eerste plaats als verweer dat [opdrachtgevers] de overeenkomst zelf vóór de ontbinding van de overeenkomst heeft opgezegd. [bedrijf] stelt dat dit tijdens een telefoongesprek op 27 oktober 2023 is gebeurd en hij ( [bedrijf] ) dit vervolgens bij brief van gelijke datum aan [opdrachtgevers] heeft bevestigd. Smeulders heeft ter zitting gemotiveerd weersproken dat hij op 27 oktober 2023 de tussen partijen gesloten overeenkomst heeft opgezegd. Op [bedrijf] rust in deze de bewijslast. De kantonrechter zal [bedrijf] echter niet tot nadere bewijslevering in de gelegenheid stellen. Daartoe wordt overwogen dat het voor de uitkomst van deze procedure niet van belang is of [opdrachtgevers] op enig moment de overeenkomst zelf heeft opgezegd dan wel dat de overeenkomst op een later tijdstip door [opdrachtgevers] rechtsgeldig is ontbonden. In beide gevallen heeft [bedrijf] , zoals de gemachtigde van [bedrijf] ook zelf ter zitting heeft verklaard, de mogelijkheid om aanspraak te maken op vergoeding van de waarde van de prestatie die hij op dat moment heeft geleverd. Ook is het voor [opdrachtgevers] zowel na opzegging van de overeenkomst als bij een ontbinding van de overeenkomst wegens een tekortkoming mogelijk om (aanvullend) schadevergoeding te vorderen.
Ontbinding overeenkomst
5.3.
[opdrachtgevers] heeft bij brief van 14 februari 2025 de tussen partijen gesloten overeenkomst ontbonden en aanspraak gemaakt op (terug)betaling van € 15.427,50.
5.4.
Iedere tekortkoming van een partij geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas, wanneer de schuldenaar in verzuim is [2] .
5.5.
[opdrachtgevers] stelt dat [bedrijf] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen voortvloeiende uit de tussen partijen gesloten overeenkomst. [opdrachtgevers] heeft ter onderbouwing van deze stelling een rapportage van een door hem ingeschakelde deskundige ( [expertisebureau] ) overgelegd.
5.6.
De deskundige [expertisebureau] heeft op 2 augustus 2024 een bezoek gebracht aan de woning van [opdrachtgevers] [bedrijf] kon bij de expertise zelf niet aanwezig zijn. [bedrijf] heeft nadien via Teams de mogelijkheid gekregen om zijn ontwerp mondeling toe te lichten. [expertisebureau] heeft op grond van haar waarnemingen en de door [opdrachtgevers] en [bedrijf] verstrekte informatie in haar rapportage het volgende oordeel over het door [bedrijf] opgeleverde interieurontwerp gegeven:

Fase 1Wij achten fase 1 van het werk van [bedrijf] niet naar behoren opgeleverd. Althans het werk van fase 1 is wel compleet als we kijken naar de door [bedrijf] aangeboden werkzaamheden bij fase 1 (bijlage A), maar is er sprake van afwijkingen tussen de schetsmatig opgezette tekeningen (voor sfeer en materialen) (zie figuur 1 en 2 eerder in dit rapport) en de computertekeningen (voor maten en indeling) (zie figuur 7 en 8 eerder in dit rapport), hetgeen tot gevolg heeft dat de ruimte-indelingen op de begane
grond ter plaatse van de keuken, het toilet en de bijkeuken in de schetsmatige tekening te veel afwijken van de computertekening. Zo ook zijn de ruimte-indelingen op de 1e verdieping ter plaatse van de badkamer, het toilet en de hoofdslaapkamer in de schetsmatige tekening te veel afwijkend van de computertekening. Indien [bedrijf] de sfeertekeningen (hetgeen ook tekeningen zullen zijn welke met een computerprogramma zijn opgezet) had aangepast gelijkend aan de ruimte-indelingen van de computertekeningen had een beter samenhangend geheel ontstaan. Door de afwijkingen is onzes inziens thans sprake van een onvoldoende samenhangend geheel.
Fase 2Wij achten fase 2 van het werk van [bedrijf] niet naar behoren opgeleverd. Althans het werk van fase 2 is wel compleet als we kijken naar de door [bedrijf] aangeboden werkzaamheden bij fase 2 (bijlage A), maar is er net als bij fase 1 nog steeds sprake van afwijkingen van de ruimte-indelingen tussen de schetsmatig opgezette tekeningen (voor sfeer en materialen) en de computertekening (voor maten en indeling). Het compleet zijn uitgewerkt als impressie van alle ruimtes en/of alle kastwerken heeft [bedrijf] niet aangeboden. Het is in die context derhalve bijvoorbeeld niet relevant meer of de
kinderslaapkamer al dan niet tot de opdracht van [bedrijf] behoorde (daar waar volgens [opdrachtgever 1] deze kinderkamer wel tot het werk van [bedrijf] behoorde en [bedrijf] dat betwist).
Voorts menen wij dat er sprake is van bovenmatige afwijkingen in de kastonderwerpen zoals deze waren ingesloten in het presentatieboekje (bijlage C) en de daadwerkelijke situatie ter plaatse, waarbij de separaat verstrekte maattekeningen (bijlage D) weliswaar meer duidelijkheid verschaffen, maar nog steeds foutieve maatvoeringen bevatten (zie verder onderzoeksvraag 3). Of het lichtplan al dan niet als gereed kan worden gezien kunnen wij niet eenduidig stellen, immers de vraag voor welke ruimtes [bedrijf] een lichtplan diende op te (laten) stellen is niet te beantwoorden op basis van hetgeen staat genoteerd in de offerte van [bedrijf] (bijlage A).”. [3]
5.7.
[bedrijf] heeft de bevindingen van [expertisebureau] betwist. [bedrijf] heeft dit echter onvoldoende gemotiveerd gedaan. [bedrijf] heeft geen contra-expertise laten verrichten en heeft niet, althans niet voldoende gemotiveerd aangegeven waaruit blijkt dat hij fase 1 en fase 2 van de opdracht wel deugdelijk heeft afgerond. [bedrijf] volstaat met de opmerking dat [expertisebureau] in haar rapportage ten onrechte is uitgegaan van een definitief ontwerp, terwijl partijen slechts een conceptontwerp -dat wil zeggen zonder officiële maat-/productietekeningen- zijn overeengekomen.
5.8.
De kantonrechter overweegt dat [expertisebureau] gemotiveerd heeft weergegeven wat [opdrachtgevers] op grond van de offerte van 17 maart 2023 mocht verwachten en op welke onderdelen [bedrijf] het werk niet naar behoren heeft opgeleverd.
De kantonrechter is gelet op het vorenstaande van oordeel dat [bedrijf] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. De door [expertisebureau] genoemde tekortkomingen zien niet zozeer op de exacte maatvoering, zoals door [bedrijf] is gesteld, maar op te grote afwijkingen tussen de schetsmatige tekeningen en de computertekening en de technische onuitvoerbaarheid van het ontwerp. De tekortkomingen zijn in zoverre ook aan [bedrijf] toerekenbaar.
5.9.
[opdrachtgevers] heeft [bedrijf] bij brief van 26 februari 2024 schriftelijk in gebreke gesteld en [bedrijf] in de gelegenheid gesteld om de overeengekomen werkzaamheden (fase 1 en fase 2) binnen een termijn van twee weken alsnog deugdelijk af te ronden. Naar het oordeel van de kantonrechter voldoet deze ingebrekestelling ook aan de daartoe gestelde wettelijke vereisten [4] . [opdrachtgevers] heeft schriftelijk aan [bedrijf] kenbaar gemaakt dat de overeengekomen werkzaamheden niet zijn voltooid, waarna [bedrijf] in de gelegenheid is gesteld om die werkzaamheden alsnog binnen een redelijke termijn (veertien dagen) af te ronden. Ook heeft [opdrachtgevers] [bedrijf] in deze brief gewezen op de gevolgen van het niet tijdig nakomen, te weten ontbinding van de overeenkomst. [bedrijf] heeft hierop bij brief van 28 maart 2024 gereageerd. [bedrijf] geeft in deze brief aan dat fase 1 en fase 2 al deugdelijk zijn uitgevoerd en voltooid. [bedrijf] zag zich aldus niet genoodzaakt om de door [opdrachtgevers] genoemde herstelwerkzaamheden te verrichten.
5.1
Nu [bedrijf] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en hij ook in verzuim is komen te verkeren was [opdrachtgevers] bevoegd om de tussen partijen gesloten overeenkomst te ontbinden.
5.11.
De kantonrechter hoeft in zoverre de tussen partijen gesloten overeenkomst niet te ontbinden, zoals subsidiair door [opdrachtgevers] is gevorderd.
Ongedaanmakingsverplichting
5.12.
De ontbinding van de overeenkomst heeft tot gevolg dat partijen van de daardoor getroffen verbintenissen zijn bevrijd. Voor zover de verbintenissen reeds zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond voor deze nakoming in stand, maar ontstaat voor partijen, voor zover mogelijk, een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties [5] .
5.13.
De kantonrechter is van oordeel dat de aard van de prestatie van [bedrijf] , te weten de werkzaamheden die uitgevoerd zijn om een interieurontwerp te maken, niet ongedaan gemaakt kunnen worden. Sluit de aard van de prestatie uit dat zij ongedaan wordt gemaakt, dan treedt daarvoor een vergoeding in de plaats ten belope van haar waarde op het tijdstip van de ontvangst. Heeft de prestatie niet aan de verbintenis beantwoord, dan wordt deze vergoeding beperkt tot het bedrag van de waarde die de prestatie voor de ontvanger op dit tijdstip in de gegeven omstandigheden werkelijk heeft gehad [6] .
5.14.
[bedrijf] heeft de stelling van [opdrachtgevers] dat het interieurontwerp geen enkele waarde voor hem heeft gemotiveerd weersproken. De kantonrechter overweegt dat [opdrachtgevers] deze stelling ook niet deugdelijk heeft onderbouwd. Uit het rapport van de door hem ingeschakelde deskundige blijkt juist dat de waarde van de door [bedrijf] geleverde prestatie door [expertisebureau] is begroot op een bedrag van € 15.427,50 [7] .
5.15.
Er is in totaal een bedrag van € 15.427,50 door [opdrachtgevers] aan [bedrijf] betaald. Dit bedrag is gelijk aan de door [expertisebureau] begrote waarde van de door [bedrijf] geleverde prestatie. Dit betekent dat [bedrijf] geen verplichting heeft tot (terug)betaling van het door [opdrachtgevers] gevorderde bedrag van € 15.427,50, dan wel een ander bedrag.
De vordering van [opdrachtgevers] is in zoverre dan ook niet toewijsbaar.
Schadevergoeding
5.16.
[opdrachtgevers] vordert ook [bedrijf] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 6.000,- als redelijk en conservatief voorschot op noodzakelijke herstel-/herontwerpkosten. [opdrachtgevers] stelt dat deze schade samenhangt met de ontbinding van de overeenkomst. Het (voorschot)bedrag van € 6.000,- ziet op kosten die [opdrachtgevers] aan een derde verschuldigd is voor het alsnog maken van een deugdelijk interieurontwerp.
5.17.
[bedrijf] betwist dat hij een bedrag aan schadevergoeding aan [opdrachtgevers] verschuldigd is. [bedrijf] stelt in de eerste plaats dat er pas sprake is van schade indien [opdrachtgevers] voor de uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden in totaal een hoger bedrag verschuldigd is dan het tussen partijen overeengekomen bedrag. [bedrijf] stelt ook dat [opdrachtgevers] de door hem gestelde schade niet heeft onderbouwd door facturen van andere interieurbouwers over te leggen.
5.18.
De kantonrechter overweegt dat het ook bij ontbinding van de overeenkomst mogelijk is om aanvullend een schadevergoeding te vorderen [8] . De omvang van de schade moet dan worden vastgesteld door de volgende situaties met elkaar te vergelijken:
1. de hypothetische situatie waarin [opdrachtgevers] zou hebben verkeerd bij een deugdelijke nakoming van de overeenkomst van opdracht;
2. de feitelijke situatie waarin [opdrachtgevers] na ontbinding van de overeenkomst verkeert (dat wil zeggen na afwikkeling van de ongedaanmakingsverbintenissen).
Anders gezegd, gaat het dus om de schade die [opdrachtgevers] niet zou lijden wanneer hij voor nakoming of vervangende schadevergoeding zou hebben gekozen in plaats van ontbinding van de overeenkomst van opdracht. [9]
5.19.
Bij een deugdelijke nakoming van de overeenkomst zou [bedrijf] tegen betaling van een totaalbedrag van € 21.780,- inclusief btw fase 1 en fase 2 hebben uitgevoerd, zoals tussen partijen in de offerte van 17 maart 2023 is overeengekomen.
[opdrachtgevers] had in dat geval na facturatie nog € 6.352,50 (€ 21.780,- minus € 15.427,50) aan [bedrijf] moeten voldoen.
5.20.
Voor het bepalen van de huidige situatie is van belang hetgeen de door [opdrachtgevers] ingeschakelde deskundige heeft geoordeeld in zijn rapportage. De kantonrechter heeft in rechtsonderdeel 5.13 al vastgesteld dat de deskundige de waarde van de door [bedrijf] geleverde prestatie heeft begroot op een bedrag van € 15.427,50.
5.21.
Ten aanzien van de verwachte herstelkosten heeft de door [opdrachtgevers] ingeschakelde deskundige ( [expertisebureau] ) -voor zover van belang- het volgende geoordeeld:

9. CONCLUSIE
Gelet op het bovenstaande dienen wij vast te stellen dat [bedrijf] op de door ons benoemde onderdelen ontwerptechnisch tekort is geschoten. Wij concluderen dat het door [bedrijf] geleverde ontwerp nog niet aan de verwachtingen van de door [bedrijf] aangeboden fase 2 voldoet. Zo was onder meer sprake van niet passend zijn van de door [bedrijf] getekende keuken en ensuite kastenwand, alsook was door het niet opnemen van de schuine kap in de badkamer het door [bedrijf] ontworpen badmeubel met spiegel en wandafwerking niet inpasbaar. De kosten voor herstel, zoals hieronder geraamd, dienen onzes inziens dan ook volledig voor rekening van [bedrijf] te komen.

10.SCHADEVASTSTELLING/-RAMING

- De kosten voor het corrigeren van het presentatieboekje en het (op later moment)
alsnog bepalen van de definitieve kleurstellingen conform hetgeen onder
onderzoeksvraag 2 en 8 is omschreven warden door ons, gebaseerd op
3 werkdagen (3 x 8 x € 250,00), geraamd op, inclusief 21% btw€ 6.000,00.

Zegge: Zesduizend euro

Bij de schaderamingen in dit rapport zij opgemerkt dat de hoogte van de uiteindelijke herstelkosten afhankelijk is van de bereidheid van [bedrijf] als ontwerper, het door een derde partij verder af ronden van de herstelwerkzaamheden aan de 3d-schetsen achten wij niet opportuun, het nader digitaal uittekenen van maatwerkkasten zou wel kunnen geschieden door een derde, maar de vraag is of een derde daar toe genegen zal zijn. Deze kosten kunnen derhalve afwijken van de in deze rapportage opgenomen schaderaming. Bij deze raming zijn wij uitgaan van een uurtarief gelijkend aan dat van [bedrijf] met een afronding naar boven in verband met redelijkerwijs te stellen prijscorrecties door inflatie na de offerte van [bedrijf] van 17 maart 2023 (bijlage A).”.
5.22.
[bedrijf] heeft desgevraagd ter zitting verklaard dat hij niet (langer) bereid is om de door [expertisebureau] genoemde herstelwerkzaamheden te verrichten.
5.23.
De deskundige begroot de noodzakelijke herstelkosten om fase 2 alsnog deugdelijk af te ronden vooralsnog op een bedrag van € 6.000,00. [opdrachtgever 1] heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld dat dit bedrag als zijnde (voorschot)bedrag aan schadevergoeding toewijsbaar is. Bij een deugdelijke nakoming door [bedrijf] was [opdrachtgevers] , zoals hiervoor is overwogen, immers ook nog een bedrag van € 6.352,50 aan [bedrijf] verschuldigd geweest. Voor zover [opdrachtgevers] stelt dat hij op grond hetgeen [bedrijf] heeft geleverd aan een derde een hoger bedrag dan € 6.000,- aan herstelkosten verschuldigd is overweegt de kantonrechter dat [opdrachtgevers] zelf in onderhavige procedure een bedrag van € 6.000,- als voorschotbedrag heeft gevorderd. Overigens heeft [opdrachtgevers] ook niet met stukken, zoals facturen van andere interieurbouwers, onderbouwd dat met de afronding van fase 2 door een andere interieurbouwer een hoger bedrag dan € 6.000,- is gemoeid.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.24.
Het door [opdrachtgevers] gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is gelet op de beslissingen ten aanzien van de ongedaanmakingsverplichting en schadevergoeding evenmin toewijsbaar.
Verklaring voor recht
5.25.
De gevorderde verklaring voor recht dat [bedrijf] geen recht heeft op (redelijk) loon is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet toewijsbaar.
in reconventie
5.26.
[bedrijf] vordert in reconventie [opdrachtgevers] te veroordelen tot betaling van het resterende factuurbedrag, zijnde een bedrag van € 6.352,50. [bedrijf] stelt dat hij recht heeft op betaling van dit bedrag, nu alle werkzaamheden deugdelijk door hem zijn verricht.
5.27.
[opdrachtgevers] betwist dat hij nog een bedrag aan [bedrijf] verschuldigd is. [opdrachtgevers] stelt dat hij de overeenkomst vanwege tekortkomingen heeft ontbonden en [bedrijf] gelet op de kwaliteit van de door hem verrichte werkzaamheden geen bedrag aan redelijk loon toekomt.
5.28.
De kantonrechter stelt vast dat [bedrijf] het bedrag van € 6.352,50 nog niet aan [opdrachtgevers] in rekening had gebracht en de tussen partijen gesloten overeenkomst inmiddels is ontbonden. [expertisebureau] heeft in haar deskundigenrapport geoordeeld dat de laatste 50% van fase 2 -zijnde het door [bedrijf] gevorderde bedrag van € 6.352,50- niet opeisbaar is, omdat deze werkzaamheden niet waren afgerond [10] . [expertisebureau] heeft, zoals al in conventie is overwogen, de waarde van de door [bedrijf] verrichte werkzaamheden begroot op het reeds door [bedrijf] in rekening gebrachte bedrag van € 15.427,50. Voor zover [bedrijf] stelt dat de door hem verrichte werkzaamheden een hogere waarde vertegenwoordigen overweegt de kantonrechter dat [bedrijf] deze stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Het vorenstaande betekent dat het door [bedrijf] gevorderde bedrag van € 6.352,50 niet toewijsbaar is.
in conventie en in reconventie
5.29.
In de omstandigheid dat beide partijen deels in het gelijk en deels in het ongelijk worden gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat elk der partijen de eigen kosten draagt.

6.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
6.1.
wijst de vordering van [opdrachtgevers] af;
6.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
6.3.
wijst de vordering van [bedrijf] af;
6.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026

Voetnoten

1.artikel 6:217 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (verder: BW)
2.artikel 6:265 lid 1 en Pro lid 2 BW
3.pagina 32 van het rapport van [expertisebureau] van 12 december 2024
4.artikel 6:82 lid 1 BW Pro
5.artikel 6:271 BW Pro
6.artikel 6:272 lid 1 en Pro lid 2 BW
7.pagina 38 van het rapport van [expertisebureau] van 12 december 2024, onderdeel 7:”
8.artikel 6:277 lid 1 BW Pro
9.vergelijk onder meer de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 5 maart 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:505
10.Zie voetnoot 7