ECLI:NL:RBZWB:2026:5484

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448331 / FA RK 26-2568
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van den Beld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ernstig nadeel en psychische stoornis

Betrokkene is opgenomen onder een crisismaatregel na een manisch psychotische ontregeling en overlast in haar woon- en werkomgeving. Zij verzet zich tegen de opname en de verplichte zorg, waaronder medicatie en het innemen van haar telefoon.

De psychiater en verpleegkundige bevestigen het ernstige risico op lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid, veroorzaakt door een psychische stoornis en middelengebruik. Betrokkene vertoont agressief en grensoverschrijdend gedrag en weigert de behandeling.

De rechtbank oordeelt dat het ernstig nadeel en de psychische stoornis voldoende zijn vastgesteld en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken. Daarom wordt de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken verleend, met beperkingen zoals medicatie, bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met toegewezen zorgvormen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448331 / FA RK 26-2568
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats 1] ,
verblijvende te [plaats 2] , [accommodatie] ,
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , psychiater;
  • mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige.
Tevens was aanwezig:
- mevrouw [persoon 3] , advocaat-stagiaire.
Tijdens de zitting is gebruik gemaakt van de diensten van mevrouw [persoon 4] , tolk in de Hongaarse taal.
1.3
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 19 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat zij naar Nederland is gekomen, omdat zij graag af en toe een jointje rookt en dit hier is toegestaan. Van de crisisopname herinnert zij zich alleen dat zij zich in het pand van haar werkgever op het toilet bevond, dat zij water wilde drinken, dat er op enig moment een deur werd geforceerd en dat zij vervolgens onder dwang werd meegenomen. Zij wil in geen geval nog langer in de GGZ instelling opgenomen blijven, omdat zij zich onder druk geplaatst voelt en zij murw wordt behandeld. Ook worden er door haar behandelaar en het verplegend personeel leugens verteld en krijgt zij onder dwang medicatie toegediend, waar zij het niet mee eens is. Zij wil ook per direct weer over haar telefoon kunnen beschikken die, naar zij begrijpt, is ingenomen.
4.2.
De psychiater brengt naar voren dat betrokkene drie dagen geleden in een toestand van manisch psychotische ontregeling crisis is opgenomen, nadat zij in het migrantenhotel waar ze woont overlast had veroorzaakt door middel van luidruchtig gedrag en agressie naar personen en er door haar gevaarlijke acties waren ondernomen, waaronder het parkeren van haar auto op een risicovolle locatie nabij het pand van haar werkgever. Er was op dat moment ook sprake van middelen- te weten cannabisgebruik. Gezien wordt gedurende de crisisopname dat betrokkene kampt met sterk wisselende emoties. Ook is er sprake bij haar van veel wantrouwen en van verbaal en fysiek dreigend gedrag richting het verzorgend personeel en van ontoelaatbaar grensoverschrijdend gedrag op de afdeling. Omdat betrokkene vast zit in haar eigen overtuigingen lukt het op dit moment niet om een wederkerig contact tot stand te brengen. Betrokkene krijgt verplichte zorg geboden, waaronder medicatie. Omdat betrokkene zich daartegen verzet is de medicatie enkele keren onder dwang middels injecties toegediend. Betrokkene laat overduidelijk blijken dat zij de klinische opname niet wenst voort te zetten en dat zij het liefst naar Hongarije wenst terug te keren. De kans op herhaling van het ernstig nadeel, zoals in de medische verklaring omschreven, acht zij beslist aanwezig indien betrokkene nu met ontslag zou gaan. Door middel van klinische zorg en behandeling in geval van toewijzing van het verzoek zal verder kunnen worden gewerkt aan stabilisatie van betrokkene en kunnen de mogelijkheden in het kader van een repatriëring naar Hongarije nader worden onderzocht. Met deze toelichting kan zij achter een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel staan. Wel met dien verstande, dat zij strikt genomen op dit moment niet de noodzaak ziet tot het verplicht (kunnen) toedienen van vocht en voeding, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, het uitoefenen van toezicht op betrokkene en onderzoek aan kleding of lichaam.
4.3.
De verpleegkundige sluit zich aan bij dat wat door de psychiater naar voren is gebracht.
4.4.
De advocaat van betrokkene voert aan dat zijn cliënt duidelijk is in haar standpunt, zij vindt dat zij niets mankeert. Er is volgens haar geen sprake van een psychische stoornis. Verder maakt zij het goed en betekent dit dat er ook geen sprake is van (enig) risico op ernstig nadeel. Met deze toelichting stelt hij zich namens betrokkene op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige financiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
Ook is uit de overgelegde stukken en de zitting naar het oordeel van de rechtbank gebleken van het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middel gerelateerde en verslavingsstoornissen. De enkele ontkenning van betrokkene dat zij ziek is geeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.
5.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene - vermoedelijk onder invloed van middelen - in haar directe woon- en werkomgeving luidruchtig, agressief en ander overlast gevend gedrag heeft vertoond en dat zij daarnaast acties heeft ondernomen, waaraan ernstige gevaarrisico’s voor anderen en de openbare orde zijn verbonden. Vervolgens heeft betrokkene gedurende de crisisopname naar het verzorgend personeel verbaal en fysiek dreigend gedrag en ontremd en ontwrichtend gedrag op de afdeling laten zien. Uit de toelichting van haar behandelaar blijkt dat het hiervóór beschreven toestandsbeeld van betrokkene nog niet of althans onvoldoende is opgeklaard.
5.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.
5.6.
Betrokkene laat blijken dat zij vindt dat zij niets mankeert en dat verplichte zorg dus niet nodig is. Gelet daarop dient de rechtbank het ervoor te houden dat zij zich verzet tegen de door haar behandelaar, ter afwending van het hiervóór omschreven ernstig nadeel, noodzakelijk geachte zorg.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verlenen voor een periode van drie weken, als verzocht.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 juni 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. Van den Beld, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.