Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [persoon 1] , psychiater;
- mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is opgenomen in het kader van een crisismaatregel vanwege een psychotische stoornis, waarbij sprake is van ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor de veiligheid. Na een eerdere vrijwillige behandeling ontstonden conflicten en een crisissituatie met suïcidepoging en gevaarlijk gedrag, waaronder brandgevaarlijke acties.
De rechtbank heeft op 22 mei 2026 een zitting met gesloten deuren gehouden waarbij betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en een verpleegkundige zijn gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig. Betrokkene erkent de psychische stoornis maar ontkent suïcidaliteit en het willen aanrichten van schade. Hij is bereid vrijwillig mee te werken aan zorg, maar de rechtbank acht zijn intrinsieke motivatie onvoldoende.
De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De toegewezen zorgvormen omvatten medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging geldt voor drie weken tot 12 juni 2026.
De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Van den Beld en op schrift gesteld op 2 juni 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken tot 12 juni 2026.