Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING,
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 april 2026;
- het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 maart 2026.
- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI;
- een vertegenwoordigster van de Raad.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
- De ouders staken hun strijd, kunnen zich inleven in elkaars beleving, leren te reflecteren op zichzelf en stellen het belang van [minderjarige] voorop;
- Het contact tussen [minderjarige] en de vader is hersteld en de vorm hiervan ervaart [minderjarige] als veilig, hierbij krijgt hij emotionele toestemming van de moeder. De ouders communiceren op een manier die geen stress en loyaliteitsproblemen bij [minderjarige] geeft. [minderjarige] ervaart niet dat hij partij voor een ouder dient te kiezen;
- Het contact tussen [minderjarige] en zijn half-broers is (deels) hersteld, voor zover dit haalbaar is. [minderjarige] heeft hierover passende uitleg gekregen en het lukt hem zijn emoties hierover te delen;
- [minderjarige] en de ouders verwerken hun ingrijpende levensgebeurtenissen;
- De vader heeft geleerd beter zijn emoties te reguleren en vertoont geen dreigend gedrag meer naar de moeder en ook naar betrokken hulpverlening ontstaan er niet langer situaties waarbij de ander zich onveilig voelt;
- De draagkracht/draaglast van de moeder is in balans;
- Er is zicht ontstaan op de interactie tussen [minderjarige] en de vader;
- De ouders blijven zich begeleidbaar opstellen en houden zich aan de gemaakte afspraken.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.