Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op 19 januari 2024 te Rucphen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, autosnelweg A58, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig
- zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs (categorie B), als bedoeld in artikel
- onder invloed als bedoeld in artikel 8, tweede lid onder a, van de WVW 1994 (te
weten 505 ug/l),
op 19 januari 2024 te Rucphen als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) dit voertuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef
op 19 januari 2024 te Rucphen een identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht, te weten een rijbewijs met [nummer] op naam van [verdachte] waarvan hij, verdachte, wist dat dit vals was, voorhanden heeft gehad.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een gevangenisstraf van acht (8) maanden;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van drie (3) jaren;
hij op of omstreeks 19 januari 2024 te Rucphen, althans in Nederland, als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto)
daarmede rijdende over de weg, autosnelweg A58, zich zodanig heeft gedragen dat
een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos,
in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs (categorie B), als bedoeld in artikel 107
van de WVW 1994, om een personenauto te kunnen/mogen besturen en/of
- onder invloed als bedoeld in artikel 8 (tweede lid onder a) van de WVW 1994 (te
weten 505 ug/l),
met een hogere snelheid te rijden dan ter plaatse verantwoord was en/of
niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig zodanig te
regelen dat hij in staat was zijn motorrijtuig onder controle te houden en/of tot
stilstand te brengen en/of
in botsing is geraakt met de geleiderail, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]
[slachtoffer] ) werd gedood;
( art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 )
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto)
daarmede rijdende over de weg, autosnelweg A58,
- zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs (categorie B), als bedoeld in artikel 107
van de WVW 1994, om een personenauto te kunnen/mogen besturen en/of
- onder invloed als bedoeld in artikel 8 (tweede lid onder a) van de WVW 1994 (te
weten 505 ug/l),
met een hogere snelheid heeft gereden dan ter plaatse verantwoord is en/of
niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig zodanig
geregeld dat hij in staat was zijn motorrijtuig onder controle te houden en/of tot
stilstand te brengen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg
werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg
werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
( art 5 Wegenverkeerswet Pro 1994 )
hij op of omstreeks 19 januari 2024 te Rucphen, althans in Nederland, als
bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na
zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij
een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de
Wegenverkeerswet 1994, 505 ug/l, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per
liter uitgeademde lucht bleek te zijn
( art 8 lid 2 ahf Pro/ond a Wegenverkeerswet 1994 )
bestuurder van een voertuig, personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij
verkeerde onder zodanige invloed van alcohol, waarvan hij wist of redelijkerwijs
moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik
van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk
besturen in staat moest worden geacht
( art 8 lid 1 Wegenverkeerswet Pro 1994 )
hij op of omstreeks 19 januari 2024 te Rucphen, althans in Nederland,
een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231
van het Wetboek van Strafrecht, te weten een rijbewijs uit Slovenië, [nummer]
[nummer] op naam van [verdachte]
waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of
vervalst was,
heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad;
( art 231 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht )