Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 18 juni 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Motivering
“uw vrijstelling € 111.906”en
“eenmalig verhoogde vrijstelling eigen woning € 105.302”(zie 3.4). Tegelijkertijd volgt uit de toelichting op het aanslagbiljet (zie eveneens 3.4) dat de inspecteur van oordeel is dat belanghebbende geen recht heeft op toepassing van de eigenwoningvrijstelling. Het aanslagbiljet laat voor dat gedeelte tekstueel qua duidelijkheid een en ander te wensen over en is weinig gelukkig geformuleerd. Naar het oordeel van de rechtbank kon belanghebbende echter op basis van het aanslagbiljet gelet op de toelichting in samenhang met het verschuldigde bedrag aan schenkbelasting, niet redelijkerwijs menen dat de inspecteur daadwerkelijk toepassing van de eigenwoningvrijstelling had verleend. Van een in rechte te beschermen vertrouwen is daarom geen sprake.