Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen aanslagen schenkbelasting en erfbelasting die zijn opgelegd naar aanleiding van een schenking en een erfenis in 2021. Zij beroept zich op gewetensbezwaren tegen het gebruik van belastinggeld voor militaire doeleinden en verzoekt vermindering van de aanslagen.
De rechtbank erkent de diepgewortelde overtuigingen van belanghebbende, maar stelt dat het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst niet strekt tot weigering van belastingbetaling op grond van de bestemming van de belastingopbrengst. De verplichting tot belastingbetaling is algemeen en kan niet worden beperkt door persoonlijke overtuigingen over de besteding.
De rechtbank benadrukt dat discussies over de aanwending van belastinggelden een politieke aangelegenheid zijn en niet via de belastingrechter kunnen worden beslecht. Ook andere beroepsgronden van belanghebbende slagen niet.
Verder oordeelt de rechtbank dat de inspecteur tijdig heeft beslist op het bezwaar tegen de erfbelasting, zodat geen dwangsom verschuldigd is.
De beroepen worden ongegrond verklaard, de aanslagen blijven in stand en belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.