ECLI:NL:RBZWB:2026:5363
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het college van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland (GS) en vervolgens beroep ingesteld tegen nieuwe besluiten na vernietiging. De rechtbank constateerde dat de redelijke termijn van twee jaar voor bestuursrechtelijke procedures is overschreden, met name in de tweede beroepsfase.
De redelijke termijn vangt aan op de datum van ontvangst van het bezwaarschrift, hier aangenomen op 15 oktober 2021. De einduitspraak volgde op 12 mei 2026, wat een overschrijding van twee jaar en zeven maanden betekent. De rechtbank hanteert een forfaitair schadebedrag van €500 per half jaar overschrijding.
De overschrijding wordt verdeeld over GS en de Staat der Nederlanden, waarbij GS wordt aangesproken voor vier halve jaren (€2.000) en de Staat voor twee halve jaren (€1.000). De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding toe en herstelt haar eerdere uitspraak dienovereenkomstig.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van €3.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, verdeeld over GS en de Staat der Nederlanden.