4.5.Een dergelijke omgevingsvergunning kan worden verleend indien het feitelijk mogelijk en aannemelijk is dat de vergunde situatie zonder onomkeerbare gevolgen kan worden beëindigd. Tussen partijen is niet in geschil dat de omgevingsvergunning in beginsel kon worden verleend met toepassing van artikel 4, elfde lid, van bijlage II bij het Bor.
Goede ruimtelijke ordening
5. Bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen, komt het college beleidsruimte toe en moet het de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.
Wat is het standpunt van het college?
6. Het college heeft medewerking verleend aan het initiatief van vergunninghoudster voor een periode van 10 jaar. Daartoe overweegt het college dat, gelet op de grote oppervlakte van het pand en de beoogde indeling daarvan, met het uitbreiden van de B&B van twee naar vijf kamers (met maximaal 10 gasten) de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft op dagen dat er geen evenement plaatsvindt. Het college vindt dit initiatief een waardevolle aanvulling op het bestaande gemeentelijke en regionale aanbod op het gebied van horecavoorzieningen.
Verder stelt het college dat door het initiatief van vergunninghoudster geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken, en dat de aangeleverde onderzoeken uitwijzen dat de kwaliteit van het woon- en leefklimaat van omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast.
Ook overweegt het college dat de verkeersveiligheid niet wordt aangetast, aangezien de ruimtelijke onderbouwing laat zien dat de wegenstructuur de extra verkeersbewegingen aankan, hierop akkoord is gegeven door de beheerder van de weg (Waterschap Scheldestromen) en omdat op eigen terrein in de parkeerbehoefte van minimaal 67 parkeerplaatsen kan worden voorzien.
Wat is het standpunt van eiseres?
7. Eiseres heeft in bezwaar en in beroep gronden aangevoerd die zien op de geluidsbelasting, de verkeersaantrekkende werking en het parkeeraspect van het gebruik als trouwlocatie. Volgens eiseres verwijst het college te gemakkelijk naar de verschillende onderzoeksrapporten. Het college stelt in de beslissing op bezwaar enkel dat er geen deskundig tegenadvies is overgelegd en dat er daarom geen aanleiding is om te veronderstellen dat er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Op de zitting heeft de gemachtigde van eiseres aangegeven dat eiseres geen bezwaren heeft tegen de uitbreiding van de B&B naar vijf kamers. Dit onderdeel van de omgevingsvergunning zal de rechtbank daarom verder onbesproken laten.
8. Eiseres betwist verschillende uitgangspunten die aan het akoestisch onderzoek ten grondslag zijn gelegd. Zo gaat de deskundige bij stemgeluid enkel uit van stemgeluid in een feesttent en niet ook buiten de feesttent. De stelling van het college dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als er wordt voldaan aan de normen en grenswaarden van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer (het Activiteitenbesluit), is volgens haar onjuist. De toets aan de goede ruimtelijke ordening is immers breder dan de toets aan het Activiteitenbesluit.
Verder wijst eiseres erop dat het college stelt dat aan de geluidsnormen wordt voldaan bij de representatieve bedrijfssituaties (situatie 1, 2 en 3) waarvoor de vergunning is verleend.
De overige situatie (situatie 4) heeft het college volgens eiseres ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Dat er bij situatie 4 een ontheffing van de geluidnormen vereist is, is niet hetzelfde als een toets aan de goede ruimtelijke ordening. Het college had bij de verlening van deze omgevingsvergunning ook situatie 4 moeten beoordelen, omdat situatie 4 met deze omgevingsvergunning planologisch wordt toegestaan. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting in situatie 4 varieert van 66 tot 69 dB. Conform het stappenplan uit de VNG-brochure kom je dan in stap 4 terecht: in beginsel is er geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, tenzij met een grondige motivering wordt aangetoond dat dit wel het geval is. Niet alleen de decibellen, maar ook de frequentie van de evenementen is daarbij van belang.
Ten slotte wijst eiseres erop dat voorschriften ten aanzien van openings- en sluitingstijden in de omgevingsvergunning ontbreken. Het college kan hierbij niet verwijzen naar de exploitatievergunning, nu die alleen ziet op het gebruik van de keuken ten dienste van de evenementen en niet op de evenementen zelf.