ECLI:NL:RBZWB:2026:5355
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens besluit UWV Wet WIA
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar bezwaar tegen een Wet WIA-uitkeringsbesluit van 5 december 2024. Nadat het UWV op 25 maart 2026 alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren en oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen. Op grond daarvan wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe.
De vergoeding wordt vastgesteld op € 467,-, gebaseerd op het ingediende beroepschrift en een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van € 397,- door het UWV aan verzoekster moet worden vergoed.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 19 juni 2026 door rechter A.G.J.M. de Weert. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens het alsnog nemen van een besluit.