ECLI:NL:RBZWB:2026:5354

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/5940
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep wegens besluit herbeoordeling arbeidsongeschiktheid

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit door het UWV op haar aanvraag voor een herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van haar werkneemster. Nadat het UWV op 18 december 2025 alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek en ontving geen verzet tegen een veroordeling in de forfaitaire proceskosten. De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond is.

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 485,50 aan proceskosten, bestaande uit een forfaitaire vergoeding van € 467,- voor het indienen van het beroepschrift, verminderd met een factor 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak, en € 18,50 aan verschotten voor het opvragen van uittreksels uit het handelsregister. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van € 385,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 485,50 aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens het alsnog nemen van een besluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5940

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] N.V., uit [plaats], verzoekster

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het UWV).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar aanvraag voor een herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van haar [werkneemster]. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 18 december 2025 alsnog een besluit heeft genomen.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld zich niet te verzetten tegen een veroordeling in de forfaitaire proceskosten.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 17 november 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op haar aanvraag. Het UWV heeft op 18 december 2025 alsnog een besluit genomen. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- voor het indienen van een beroepschrift door de gemachtigde van verzoekster. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. Naast de kosten voor rechtsbijstand heeft verzoekster € 18,50 aan verschotten opgevoerd voor het opvragen van twee uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Zij heeft deze kosten met stukken onderbouwd. Deze kosten komen voor vergoeding in aanmerking op grond van artikel 1, aanhef en onder lid f, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 485,50.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 485,50 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 19 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.