ECLI:NL:RBZWB:2026:5354
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep wegens besluit herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit door het UWV op haar aanvraag voor een herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van haar werkneemster. Nadat het UWV op 18 december 2025 alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek en ontving geen verzet tegen een veroordeling in de forfaitaire proceskosten. De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond is.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 485,50 aan proceskosten, bestaande uit een forfaitaire vergoeding van € 467,- voor het indienen van het beroepschrift, verminderd met een factor 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak, en € 18,50 aan verschotten voor het opvragen van uittreksels uit het handelsregister. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van € 385,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 485,50 aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens het alsnog nemen van een besluit.