ECLI:NL:RBZWB:2026:5342

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447778 / FA RK 26-2276
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang (Wzd)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 18 mei 2026 uitspraak gedaan in een rekestprocedure over de verlenging van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1944, die lijdt aan dementie van het type Alzheimer.

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om verlenging van de machtiging voor vijf jaar. Betrokkene wenst terug naar huis en stelt dat hij met enige hulp thuis kan functioneren, terwijl de verzorgende IG en de rechtbank stelden dat betrokkene achteruitgaat en intensieve zorg nodig heeft die thuis niet veilig kan worden geboden.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn aandoening, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel en psychische schade, en dat opname noodzakelijk is om dit te voorkomen. De huidige zorginstelling biedt de benodigde gespecialiseerde zorg, ondanks het ontbreken van een formele Wzd-status.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar die dezelfde bescherming bieden. Gezien het onvermijdelijke beloop van de aandoening en de aard van de zorg, verlengt de rechtbank de machtiging tot en met 18 mei 2031.

De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Janssen, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene met dementie voor vijf jaar tot 18 mei 2031.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447778 / FA RK 26-2276
Datum uitspraak: 18 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon] , verzorgende IG.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een rechterlijke machtiging verleend tot en met 18 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van vijf jaren.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij het liefste naar huis gaat. Op de huidige afdeling heeft betrokkene het niet altijd naar zijn zin. Betrokkene is van mening dat hij niet helemaal meer voor zichzelf kan zorgen, maar met een beetje steun en hulp moet dit thuis lukken.
4.2.
De verzorgende IG verklaart dat betrokkene achteruitgaat en steeds meer zorg nodig heeft. Betrokkene geeft regelmatig aan dat hij naar huis wil en na bezoek is hij onrustig. De nachten van betrokkene zijn wisselend waarbij hij zijn dag- en nachtritme steeds meer gaat omdraaien. Na de vorige zitting is er niet gekeken naar een andere locatie of instelling, omdat de zus van betrokkene hier de meerwaarde niet van inziet. De zus van betrokkene denkt dat betrokkene overal weg wil en zich niet thuis voelt.
4.3.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gelet op de wens van betrokkene dat hij hier niet wil verblijven. Betrokkene waardeert de zorg die hier aan hem wordt geboden, maar de instelling heeft niet zijn hart gestolen. Daarbij wil de advocaat wel uitdrukkelijk opmerken dat er geen alternatief beschikbaar is voor betrokkene.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van vijf jaren. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene nog steeds lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten cognitieve stoornissen in het kader van dementie type Alzheimer.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene volledig afhankelijk is van zorg bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Betrokkene vindt het niet altijd prettig zorg geleverd te krijgen en accepteert het daarom ook niet altijd. Daarnaast moet het eten en drinken volledig worden bereid en aangereikt, wanneer dit niet gebeurt is er een risico op ondervoeding en uitdroging. Voorts is betrokkene bekend met dwaalneigingen en nachtelijke- en motorische onrust waarbij hij zich niet bewust is van zijn beperkingen. Hierbij is er een verhoogd risico op valincidenten met letsel tot gevolg. Eveneens is betrokkene bekend met wantrouwend gedrag jegens het zorgpersoneel.
5.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. In de huidige accommodatie krijgt betrokkene de noodzakelijke gespecialiseerde en multidisciplinaire zorg, begeleiding, sturing, structuur en toezicht die hij behoeft. Daarbij sluit deze zorg aan bij betrokkene zijn belevingswereld en biedt het voldoende bescherming. De rechtbank merkt hierbij op, conform de vorige beschikking, dat hoewel de huidige zorginstelling formeel niet is aan te merken als een Wzd-instelling, binnen deze instelling feitelijk wel de benodigde specialistische zorg aan meneer wordt verleend. De zorg die hij nodig heeft vanwege de bij hem aanwezige dementie. De rechtbank zal dan ook geen juridische consequenties verbinden aan het ontbreken van een officiële ‘Wzd-status’.
5.5.
Betrokkene verzet zich tegen de opname en het verblijf. Hij stelt herhaaldelijk dat hij niet in de huidige accommodatie wil blijven wonen en terug wil naar zijn huis in [plaats 2] . Betrokkene is ervan overtuigd dat hij nog in staat is zelfstandig te kunnen functioneren en voor zichzelf te kunnen zorgen. Voorts voelt betrokkene zichzelf opgesloten. Betrokkene is namelijk onder valse voorwendselen naar de huidige accommodatie gebracht.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene behoeft naast de planbare momenten, eveneens op onverwachte momenten zorg, begeleiding, sturing, structuur en toezicht. Deze noodzakelijke en intensieve dementiezorg/begeleiding en proportionele bescherming kan echter niet langer veilig en verantwoord in de thuissituatie worden geboden.
5.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. Omdat deze beschikking een opvolgende machtiging betreft van een man bij wie sprake is van een een psychogeriatrische aandoening kan de machtiging voor de duur van vijf jaren worden verleend. Gezien het in de medische verklaring geschetste (onvermijdelijke) beloop van de aandoening en de bevestiging van dit beloop ter zitting, zal de machtiging dan ook worden verleend voor de verzochte duur van vijf jaren.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 mei 2031;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.