Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De nadere beoordeling
gelegen voor 26 augustus 2026, zodat op dat moment opnieuw kan worden bezien wat de situatie is en welke stappen er zijn gezet om de veiligheid van [minderjarige] in de thuissituatie te waarborgen. De kinderrechter verwacht dat de GI
uiterlijk één week voorafgaand aan de nadere zittingschriftelijk zal informeren over het verloop van de uithuisplaatsing van [minderjarige] en de situatie van zowel de moeder als de vader.
6.De beslissing
gelegen voor 26 augustus 2026, tegen welke zitting de GI, de (advocaat van de) moeder en de vader dienen te worden opgeroepen;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.