ECLI:NL:RBZWB:2026:532
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning 2023 ongegrond verklaard
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning uit 1995 met een gebruikersoppervlakte van 222 m2, gelegen op een perceel van 307 m2. Voor het belastingjaar 2023 is de WOZ-waarde vastgesteld op € 617.000. Na een ongegrond verklaard bezwaar is belanghebbende in beroep gegaan tegen deze vaststelling.
De rechtbank heeft tijdens een cluster-zitting op 17 december 2025 het beroep behandeld. De heffingsambtenaar heeft een nieuwe matrix met taxaties overgelegd, waaruit een waarde van € 650.188 blijkt. De rechtbank acht de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en recent verkocht, en concludeert dat de heffingsambtenaar de marktgegevens op juiste wijze heeft omgezet in een waarde.
De stelling van belanghebbende dat de ligging en grondwaarde onjuist zijn meegenomen, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelt dat de eventuele mindere ligging van de woning adequaat is verdisconteerd in de gekozen referentiewoningen, waaronder het buurpand. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de WOZ-waarde en aanslag OZB blijven gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 617.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.