ECLI:NL:RBZWB:2026:5317
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verschoning
- ing. Peters
- Van de Sande
- Marsé
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens eerdere betrokkenheid bij hoofdzaak
In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek tot verschoning ingediend omdat zij eerder een vonnis in de hoofdzaak heeft gewezen en in het verzet tegen dat vonnis wordt gevraagd om terug te komen op haar eerdere oordeel.
De verschoningskamer heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 40 Rv Pro en artikel 36 Rv Pro, die de mogelijkheid bieden om rechters te wraken op grond van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid kunnen schaden. De kamer benadrukt dat rechters geacht worden onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het tegendeel of de schijn daarvan.
De rechter heeft aannemelijk gemaakt dat de schijn van partijdigheid kan bestaan, omdat zij gevraagd wordt haar eigen oordeel te herzien. De verschoningskamer acht dit een voldoende grond voor verschoning en wijst het verzoek toe. De hoofdzaak zal worden voortgezet door een andere rechter, waarbij de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het verzoek.
De beslissing is genomen in raadkamer op 16 juni 2026 door de voorzitter en twee rechters, en wordt openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid, waarna de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet.