ECLI:NL:RBZWB:2026:5311
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van Geloven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onrechtmatige beëindiging zorgovereenkomst en zorgplicht
Eiser, een cliënt met autismespectrumstoornis, was sinds 2016 in zorg bij gedaagde partij op een locatie speciaal ingericht voor personen met ASS. Na klachten over onvoldoende zorg en een bindend advies van de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg, ontstond een conflict over de zorgverlening en woonlocatie. Gedaagde partij gaf meerdere waarschuwingen en bood alternatieve woonlocaties aan, die eiser weigerde.
De rechtbank beoordeelde of gedaagde partij de zorgovereenkomst terecht had beëindigd en of zij haar zorgplicht had geschonden. Uit de stukken bleek dat gedaagde partij inspanningen had verricht om passende zorg te bieden en alternatieve locaties te zoeken, maar dat eiser onvoldoende meewerkte en medewerking aan een nieuw zorgplan weigerde. De vertrouwensbreuk was onherstelbaar.
De rechtbank concludeerde dat gedaagde partij niet tekort was geschoten in haar zorgplicht en dat de beëindiging van de zorgovereenkomst op grond van gewichtige redenen gerechtvaardigd was. De vorderingen van eiser tot herstel van de zorgovereenkomst en schadevergoeding werden afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de zorgaanbieder de zorgovereenkomst terecht heeft beëindigd en wijst de vorderingen van eiser af.