ECLI:NL:RBZWB:2026:5293

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/5445
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken bestreden besluit en kopie

Eiser heeft op 17 oktober 2025 een beroepschrift ingediend zonder aan te geven tegen welk besluit het beroep was gericht en zonder een kopie van het besluit bij te voegen. De rechtbank heeft eiser hierop bij brief van 21 november 2025 en opnieuw bij brief van 27 januari 2026 verzocht om binnen vier weken de gevraagde informatie aan te leveren, met de waarschuwing dat het beroep anders niet-ontvankelijk zou worden verklaard.

Eiser heeft niet gereageerd op deze verzoeken, noch een verzoek om uitstel ingediend. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:5, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en griffier H. Faqiri op 2 juni 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het bestreden besluit en een kopie daarvan.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5445

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

verweerder niet bekend.

Inleiding

Eiser heeft bij brief van 17 oktober 2025 een beroepschrift ingediend.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. Uit artikelen 8:1 en 7:1 van de Awb volgt dat alleen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2] Uit het door eiser ingediende beroepschrift is de rechtbank niet gebleken met welk besluit eiser het niet eens is. Evenmin heeft eiser een kopie van het besluit bijgevoegd.
2. Bij brief van 21 november 2025 heeft de rechtbank eiser is de gelegenheid gesteld binnen vier weken na dagtekening van die brief, te vermelden met welk besluit hij het niet eens is, en een kopie te sturen van het besluit. Eiser is daarbij erop gewezen dat het verzoek
niet-ontvankelijk kan worden verklaard wanneer de gevraagde informatie niet binnen de gestelde termijn wordt overlegd. Bij brief van 27 januari 2026 heeft de rechtbank eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld om de gevraagde informatie binnen vier weken na dagtekening van die brief toe te sturen.
3. Eiser heeft hierop niet gereageerd. Hij heeft geen verzoek ingediend voor uitstel voor de gestelde termijn, noch het besluit vermeld waarmee hij het niet eens is.
Het beroep voldoet niet aan de vereiste zoals bedoeld in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb. Gelet hierop zal de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4. Voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling is de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van
mr. H. Faqiri, griffier. Uitgesproken in het openbaar op, 2 juni 2026, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtpraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.