ECLI:NL:RBZWB:2026:5290
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Van der Lende-Mulder Smit
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig wegens ontbreken dringende reden
Werknemer trad per 1 juni 2025 in dienst bij werkgever en werd op 4 maart 2026 op staande voet ontslagen wegens vermeende schending van vertrouwelijkheid en het meenemen van cliëntgegevens. Werknemer betwistte de dringende reden en stelde dat het ontslag niet onverwijld en niet rechtsgeldig was gegeven.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was omdat de door werkgever aangevoerde dringende redenen onvoldoende waren onderbouwd. Het onaangekondigd verschijnen op kantoor en het meenemen van documenten met cliëntgegevens vormden geen dringende reden. Er was ook geen bewijs dat vertrouwelijke gegevens waren meegenomen.
Als gevolg hiervan heeft werknemer recht op transitievergoeding, een gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging en een correcte eindafrekening. De gevorderde billijke vergoeding wordt echter op nihil vastgesteld omdat de gefixeerde schadevergoeding reeds een ruime compensatie biedt. De proceskosten worden aan werkgever opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig wegens ontbreken van een dringende reden; werknemer krijgt vergoedingen toegekend en werkgever wordt veroordeeld tot betaling en correcte afwikkeling.