ECLI:NL:RBZWB:2026:529
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning 2023 ongegrond verklaard
Belanghebbende is eigenaar van een bovenwoning uit 1905 met een gebruikersoppervlakte van 279 m2. Voor het belastingjaar 2023 is de WOZ-waarde van de woning vastgesteld op €415.000. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze waarde, maar dit bezwaar is ongegrond verklaard. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De heffingsambtenaar heeft in het beroepsproces een matrix met taxaties overgelegd, waaruit een waarde van €470.309 blijkt. Belanghebbende betwistte de bruikbaarheid van de referentiewoningen die de heffingsambtenaar gebruikte voor de waardebepaling. De rechtbank oordeelt echter dat de referentiewoningen, ondanks enkele verschillen, voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat met deze verschillen rekening is gehouden.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde op juiste wijze is opgebouwd en niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €415.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.