Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5286

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
25-028039
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand op grond van artikel 530 Sv

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 7 april 2026 een verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ingediend door de verzoekster, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand en kosten verbonden aan het indienen van het verzoekschrift. De zaak was geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.

Tijdens de zitting was de officier van justitie aanwezig en stelde zich op het standpunt dat het verzoek gedeeltelijk kan worden toegewezen. De verzoekster en haar raadsman waren niet aanwezig. De rechtbank matigde de gevraagde vergoeding voor rechtsbijstand vanwege samenhang met een soortgelijke zaak en kende een bedrag van €254,10 toe. Daarnaast werd het forfaitaire bedrag van €340,00 voor het indienen van het verzoekschrift toegekend.

De totale vergoeding die aan de verzoekster wordt toegekend bedraagt €594,10. Het resterende deel van het verzoek wordt afgewezen. De beslissing is op de openbare zitting uitgesproken door rechter J. Bergen. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand gedeeltelijk toegewezen voor een bedrag van €594,10.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 96-106166-25
raadkamernummer : 25-028039
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam
(Singel 362, 1016 AH Amsterdam),
hierna te noemen: de verzoekster.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 2 november 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 van Pro het Wetboek van strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 508,20, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het sepot van 20 oktober 2025,
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 24 maart 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie mr. R.S. Jacobs gehoord.
Verzoekster en haar raadsman zijn behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
De officier van justitie stelt zich ter zitting op het standpunt dat het verzoek voor vergoeding van kosten rechtsbijstand gedeeltelijk kan worden toegewezen. De bij het verzoek gevoegde declaratie is niet alleen in deze zaak ingediend, maar ook namens een andere cliënt van de raadsman in een soortgelijke zaak.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 508,20 is niet alleen verzocht in onderhavige zaak, maar eveneens in een soortgelijke zaak waarbij dezelfde declaratie is gevoegd. Gelet op deze samenhang acht de rechtbank het billijk om de gevraagde vergoeding voor rechtsbijstand te matigen tot een bedrag van
€ 254,10. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 594,10, bestaande uit:
- € 254,10 aan kosten van rechtsbijstand;
en
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift;
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van
€ 594,10zal worden overgemaakt op rekeningnummer [iban] ten name [stichting] onder vermelding van “ [verzoeker] /schadevergoeding”;
Deze beslissing is op 7 april 2026 genomen door mr. J. Bergen rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 7 april 2026.
De griffier is buiten staat te tekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.