Uitspraak
1.De procedure
- de akte van Alwel met producties,
- de mondelinge behandeling van 28 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurovereenkomst tussen eiser en verhuurder Alwel is bij verstekvonnis van 15 februari 2023 ontbonden wegens huurachterstand, met een ontruimingsbevel. Ondanks dat eiser maandelijks de gebruiksvergoeding plus een aflossing betaalde, ontstond een kleine achterstand door het niet voldoen van een huurverhoging. De ontruiming vond pas bijna drie jaar later plaats, in januari 2026, terwijl eiser in die periode deels afwezig was vanwege het overlijden van zijn vrouw in Congo.
De kantonrechter stelt vast dat de belangenafweging bij de ontruiming niet in het voordeel van verhuurder uitvalt. Eiser is kwetsbaar, beheerst de Nederlandse taal niet goed en heeft de huurverhoging waarschijnlijk niet begrepen. Verhuurder had hem beter en begrijpelijker moeten informeren, zeker gezien zijn kwetsbare positie. De ontruiming is daarom onrechtmatig.
De rechter veroordeelt Alwel tot het aanbieden van een gelijkwaardige woning binnen zes weken, het ter beschikking stellen van een overnachtingsmogelijkheid met wasgelegenheid, het vervoeren van eigendommen van eiser, en het betalen van een dwangsom bij niet-naleving. Tevens moet Alwel de proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De ontruiming was onrechtmatig en verhuurder is veroordeeld tot het aanbieden van een gelijkwaardige woning en het treffen van passende voorzieningen.