ECLI:NL:RBZWB:2026:5266
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend na intrekking herhaald beroep tegen niet tijdige beslissing Dienst Toeslagen
Verzoekster had een herhaald beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar bezwaren van 21 februari 2023. Dit beroep werd op 15 oktober 2025 ingediend. De Dienst Toeslagen heeft op 19 november 2025 alsnog een beslissing op bezwaar genomen, waardoor verzoekster haar beroep introk.
De rechtbank heeft vervolgens het verzoek van verzoekster beoordeeld om de Dienst Toeslagen te veroordelen tot betaling van proceskosten. De Dienst Toeslagen erkende dat verzoekster recht had op een proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen geheel aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen, en wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De vergoeding werd vastgesteld op € 467,-, waarbij een factor 0,5 werd toegepast vanwege het lichte gewicht van de zaak. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de Dienst Toeslagen ook het griffierecht van € 53,- aan verzoekster moet vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 18 juni 2026 en zonder zitting openbaar gemaakt. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van haar herhaald beroep.